Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

iets kon onderscheiden. Toen haai oogen aan het halfduister gewend waren, herkende zij de groote, witte vogels in de gobelins, waarmee de muren bekleed waren. Twee fauteuils waren bij den haard blijven staan, alsof zij eerst zooeven verlaten waren, en de eigenaaidige' lucht, die ei hing, die geui, die elk schepsel, elke kamer eigen is, wekte nog sterker emotie in haai op dan de voorwerpen zelf het hadden kunnen doen. Diep ademde zij die lucht in van het verleden en onafgewend bleef zij kijken naar de twee oude fauteuils bij den haard. En als een droombeeld uit haar kinderjaren zag zij daar haar vader en petite mère zitten, die hun voeten bij het vuur warmden.

Ontsteld ging zij achteruit, totdat zij haar rug stiet tegen den scherpen kant van de deur. Zij zocht een steun om niet te vallen, de oogen nog altijd in starren blik gericht op de stoelen.

Het beeld was verdwenen en langzamerhand keerde zij tot de werkelijkheid terug. Zij wilde vluchten, weggaan van hier om niet krankzinnig te worden. Daar, aan de deurpost. . . wat was dat? . . . de ladder van Paulet! Bijna onzichtbare streepjes volgden elkaar op kleine afstanden en de cijfers ernaast wezen den leeftijd aan van het kind, het aantal maanden en de lengte van haar zoon. Nu eens was het het schrift van den baron, dan weer het kleinere van haarzelf. Soms ook de bevende hand van tante Lison. En zij zag haar jongen daar staan met zijn blonde haren, het blanke voorhoofd tegen den muur gedrukt om gemeten te worden. De baron riep: >— Jeanne, hij is in zes weken een centimeter gegroeid!"

Zij kuste het deurkozijn . . .

Daarbuiten hoorde zij iemand roepen. Het was de stem van Rosalie:

— Madame Jeanne, madame Jeanne, men wacht u met het eten!"

Van al wat de Couillards, Rosalie en Denis tegen haar zeiden, verstond zij geen woord. Zij at de dingen, die men

Sluiten