Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I

Nederland een Gonstitutioneele Monarchie

Ons land is een Gonstitutioneele Monarchie. We zijn geen republiek, en ook niet op weg om er een te worden. We zijn een zelfstandig Koninkrijk en hebben een Vorstenhuis, dat met het Souvereine Gezag is bekleed. Hierin erkennen en eerbiedigen wij, antirevolutionairen, de beschikking Gods, die in Prins WILLEM I met zijn Stamhuis ons een bevrijder uit het Spaansche diensthuis van den conscientie-dwang verwekte; wiens nageslacht de eeuwen door goed en leven voor ons heeft veil gehad; en toen we onder de Fransche heerschappij onze onafhankelijkheid hadden verloren, opnieuw ons de verloren vrijheid en zelfstandigheid herwonnen heeft. Terecht heeft de natie, dit Goddelijk bestel eerbiedig en dankbaar huldigende, in 1813 de Koningskroon en de Koningseere opgedragen aan het Huis van Oranje. Ging door het huwelijk der Koningin de souvereiniteit over in het huis van MecklenburgSchwerin, dit brengt in de zaak zelf geen verandering. De souvereiniteit blijft waar zij was, en de erfopvolging der geslachten kan de historische lijn wel in zijdelingsche richting doen voortloopen, maar niet afbreken. Evenmin als de tak, die rechts of links aan den boom uitbot, daarom niet tot den stam zou behooren. In den naam van „Prins of Prinses van Oranje-Nassau, Hertog of Hertogin van Mecklenburg" die voor de vorstelijke telgen is vastgesteld, is dit historisch verloop der dingen geteekend.

In de Kroon die de Koningin draagt ligt de eenheid der natie. De eenheid ligt niet in een voorgewende neutraliteit van het onderwijs, die niet bestaat; niet in het godsdienstig-onverschiflig karakter, dat men aan de politiek wil geven, en dat óók slechts denkbeeldig is. Nog minder in de omstandigheid, dat er slecht» één of twee Kerken zouden zijn, waartoe de overgroote meerderheid der natie zou behooren; want die eenheid behoort voorgoed tot de middeneeuwen. Onze natie is gedeeld jn velerlei, vrij scherp afgebakende groepen. Op het gebied van kerk en godsdienst, van onderwijs en opvoeding, van wetenschap en kunst, van staatkundige en maatschappelijke begrippen — overal gaat de gedeeldheid door. In die veelheid kan de eenheid der natie niet bestaan; want was er niets anders dat ze bijeenhield, dan zou juist de levenskracht die in elk van deze groepen huist, ze dringen uiteen te gaan

Sluiten