Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij de uitvaardiging der wetten en de uitvoering harer besluiten weet dan de Regeering, dat zij om zoo te zeggen de natie achter zich heeft. Zij weet dan ook dat de gelden, die ter uitvoering noodig zijn en die door de natie worden opgebracht, zonder bezwaar gegund worden.

Had men dit karakter der Staten-Generaal zuiver bewaard, vele euvelen waarover thans terecht geklaagd Wordt, zouden ons gespaard gebleven zijn. Maar men is, bewust of onbewust, in de Kamer gaan bandelen in de onderstelling, dat men daar komt, niet om te regeeren, want dat doet, in naam althans, de Regeering, maar om mee-te-regeeren. Men voelt zich „wetgevende vergadering". Men komt de wetten „maken". Niet ontwerpen, want dat doen de ambtenaren op de ministerieele bureau's; ook niet om de wetsontwerpen te verdedigen, want dat doen de Ministers; maar om ze te critiseeren {amendeeren is de parlementaire term), en zoodoende de wet te maken, zooals men denkt dat zij wezen moet om de Koningin ter onderteekening te worden voorgelegd. Het is duidelijk, men heeft dan den Minister en zijn ambtenaren, gedeeltelijk althans, het werk uit de hand genomen en is „Ministertjeop-eigen-hand" gaan spelen, zonder ooit door de Kroon tot minister te zijn benoemd.

We ontkennen niet, dat nu de Staatsbemoeiing zich over zooveel meer aangelegenheden uitstrekt, ook veel meer dingen aan de Kamer moeten worden voorgelegd dan vroeger. Maar dit zou op zichzelf geen bezwaar zijn, indien slechts de behandeling, kort en zakelijk, bleef wat ze zijn moest. Het groote euvel is dit, dat in dien waan van mee-te-regeeren, de Kamer allerlei naar zich toehaalt wat niet tot hare competentie behoort. Zoozeer, dat zij ook den dagelijkschen administratieven arbeid der Regeering dikwerf aan hare beoordeeling onderwerpt, en over allerlei détails, soms over de nietigste dingen, de Ministers ter verantwoording roept. Alsof het niet de aangewezen weg ware over zulke dingen den Minister te gaan spreken op zijn departement, in plaats van daarvoor de openbare zitting te gebruiken.

Allerlei kleinere euvelen zijn van dit groote euvel het gevolg. Het recht van amendement, een noodzakelijk, belangrijk recht der Kamer, wordt geforceerd. Hoeveel amendementen worden er ingediend, die den gedachtengang van het betrokken wetsontwerp bederven 1 Hoe vele, die slechts een teeken van leven schijnen te zijn, dat de afgevaardigde aan zijn kiezers geeft! Een soort van

Sluiten