Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijkheid, en derhalve de persoonlijke vrijheid, er geheel in ondergaat in „de gemeenschap". En dit is niets minder dan een zedelijke moord aan den mensch, die naar Gods beeld, dat is in het bezit van persoonlijkheid, geschapen is.

De Christen-Socialisten willen het bezit van den bodem en van de productie-middelen aan „de gemeenschap" brengen. Daarin schijnen zij het wezen van het Socialisme te vinden. Zij vergeten dat gemeenschappelijk bezit van den bodem geen specifiek socialistisch denkbeeld is; gelijk het communaal grondbezit in vroeger tijd op Java bewijst, en dat ook ten onzent nog voortleeft in de zoogenaamde onverdeelde markegronden en meenten. Dit gemeenschappelijk grondbezit zou dus veeleer een terugtred in de geschiedenis zijn; en wat het persoonlijk bezit van de productiemiddelen betreft, zien zij het verband voorbij, dat tusschen dat bezit en de persoonlijkheid van den werkgever bestaat. Met zijn brein denkt de mensch iets uit. Met zijn mond geeft hij uitdrukking aan het uitgedachte. En met zijn hand voert hij het bedachte uit. De menschelijke hand is het o'orspronkelijke werktuig, waarmee alle arbeid verricht moest worden. En nu zijn alle werktuigen, alle zoogenaamde productie-middelen, slechts de aanvulling, de verveelvoudiging, en ook de vereenvoudiging van dit oorspronkelijk instrument. Alle arbeid heeft dan ook iets persoonlijks. Neem er dit geheel uit weg, en de arbeid wordt zuiver mechanisch, den mensch onwaardig. Springt men voor dit persoonlijk element in den arbeid in de bres, en geeft men toe dat de patroon toch vrij moet zijn om zelf te beslissen wat en hoe hij het fabriceeren zal, dan schijnt het ongerijmd hem het bezit van de werktuigen welke hij gebruikt, te ontzeggen. Zegt men dat „de gemeenschap" dan patroon moet worden, dan zal dit toch een patroon zijn die alle persoonlijkheid mist.

Het huwelijk met, als gevolg, de afstamming en het Gezin, met inbegrip van heel het gebied der openbare eerbaarheid, is het derde dat in dezen tijd om bijzondere bescherming vraagt. Het huwelijk, als scheppingsordinantie vóór den zondeval in het aanzijn geroepen, is de grondslag der menschelijke samenleving. Uit het huwelijk ontstaat het gezin, en uit gezinnen wordt de maatschappij opgebouwd. De huwelijks-ordinantie is, evenals de overige ordinantiën voor het menschelijk leven, onveranderlijk. Zij verandert niet met de wisselende meening der menigte. De vrije liefde met haar heillooze gevolgen is het spotbeeld van het huwelijk. Zij ontbindt

Sluiten