Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijkwaardigheid van openbaar en bijzonder onderwijs sedert lang: gebleken.

Hieraan knoopt zich geleidelijk vast het denkbeeld, dat zoowel voor den eigenlijken arbeidersstand als voor den middenstand de Regeeringszorg er op uit zal moeten zijn, door onderwijs en gelegenheid om zich te organiseeren het levenspeil te verhoogen. Op de hoogte van den tijd staande vak- en industriescholen zullen daartoe het onontbeerlijk middel moeten zijn.

Ook over den Arbeid heeft het oog der Regeering te gaan. Niet om dien van boven-af te regelen, want dat is Socialisme; inden grond de dood aan allen vrijen arbeid, omdat het een aanslag is op de menschelijke persoonlijkheid. Maar in dezen zin, dat de Regeering alle belemmeringen van den vrijen arbeid moet wegnemen, zoodat hij zich vrijelijk kunne bewegen.

Daarom is de antirevolutionaire partij in beginsel tegen Staatspensioneering. Zij beschouwt die als bedeeling; een onrecht en een smaad den eerlijken, vlijtigen arbeid aangedaan. „Want ook toen wij bij u waren, hebben wij u dit bevolen, dat, zoo iemand niet wil werken, hij ook niet ete". En: „de arbeider is zijn loon waardig'' (2 Thess. 3 : 10 en Luk. 10: 7). In die beide uitspraken der H. Schrift is zoowel de adel als de vrucht van den arbeid geteekend. Door Staatsbedeeling rooft men den arbeid zijn adel en stempelt men den mensch in de kracht van-het-leven toteenleeglooper. Daarom mag de antirevolutionaire partij niet nalaten aan te dringen op de uitvoering der door de Koningin uitgevaardigde Invaliditeits- en Ouderdomsverzekeringswetten, die een verplichte premie-betaling eischen. Dat is het gezonde denkbeeld.

In verband hiermee moet aangestuurd worden op verhooging van het peil der loonen, zoodat ze inderdaad den arbeider in staat stellen op te leggen voor den kwaden dag, ziekte en ouderdom, en hij geen gevaar loope dan onvermijdelijk in handen der bedeeling te vallen. Eischen de omstandigheden de bescherming van den nationalen arbeid, dan schrome men niet het thans verouderd stelsel van vrijhandel los te laten, gelijk een uitlating van Minister Treub dat reeds in het vooruitzicht heeft gesteld. De maatschappij zal meer dan ooit behoefte krijgen aan goed geschoolde arbeiders en middenstanders; middenstanders die hun vak verstaan en niet tevreden zijn met de machinale rol van slechts tusschen hand te zijn. Dat daartoe vooral de noodige vakscholen zullen moeten beschikbaar zijn volgt in dit verband vanzelf.

Sluiten