Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maatschappij nodig heeft, — en die daaruit ten slotte een deel afzondert ter vermeerdering van haar bezit, haar kapitaal. — De tweede, de bezitloze klasse ontleent aan haar verstokenheid van de arbeidsmiddelen, die zij nodig heeft om te kunnen arbeiden ten einde door arbeid te kunnen leven, de onontkoombare noodzakelikheid, de toegang tot het gebruik dier arbeidsmiddelen te verkrijgen, door de verkoop van haar arbeidskracht aan de bezitters dier arbeidsmiddelen. — Deze beide klassen hebben gemeenschappelijk belang bij een zo groot mogelik en een zo goed mogelik gebruik der arbeidsmiddelen: de bezittende klasse, omdat daarvan haar inkomen en daarmee haar levensonderhoud en haar kapitaalvermeerdering afhangen, — de bezitloze klasse, omdat daardoor haar bestaanskansen worden vergroot en haar werkloosheidskansen verminderd. Maar zij hebben volstrekt onverenigbare belangen ten opzichte van de verdeling der arbeidsopbrengst: de vergroting van het aandeel der ene is slechts mogelik door de verkleining van het aandeel der andere klasse. Deze onvereenigbaarheid van belangen gaf het aanzijn aan twee tegenover elkander staande rechtsopvattingen: de bezittende klasse grondt haar aanspraak op het recht van eigendom der arbeidsopbrengst en op het recht van waardebepaling van de geleverde arbeid, op haar bezit der arbeidsmiddelen; en de bezitloze, de loonarbeidende klasse grondt haar aanspraak op het recht van de vergoeding der volle waarde van de geleverde arbeid, zooals die is terug te vinden in de waarde van het arbeidsprodukt, op het feit van waardeschepping uitsluitend door haar arbeid. Deze onverenigbaarheid van belangen is de eerste grond voor de strijd der beide klassen, de proletariese klassenstrijd. Deze strijd is dus niet een socialisties dogma of iets dergeliks, zoals onze tegenstanders gaarne beweren. Deze strijd is een geschiedkundige noodzakelikheid, een geschiedkundig ontwikkelingsverschijnsel. En hij is dat zoowel voor de bezittende als voor de bezitloze klasse. Alleenlik heeft hij voor deze beide klassen een zeer uiteenlopende betekenis: voor de bezittende klasse gaat het daarbij om de verdediging harer bevoorrechte positie als heersende, regerende, onderdrukkende klasse, voor de bezitloze klasse gaat het daarbij om de afwenteling van het op haar drukkende overheersersjuk, om de verovering van de vrije beschikking over eigen arbeidskracht en eigen ontwikkeling en welvaart.

Een dergelike klassenstrijd tussen de onderdrukkende klassen

Sluiten