Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Met de zeer kort aangegeven, in korte tijd snel gegroeide machtsvermeerdering achter zich gaat de S. D. A. P. in Nederland nu, bewust van haar macht, bewust van haar plicht en bewust van haar verantwoordelikheid, rustig en ernstig de verkiezingen van 1918 in, de te verwachten nieuwe staatkundige machtsverhoudingen tegemoet, — zich daarbij ten volle rekenschap gevende van de overwegende betekenis der internationale gebeurtenissen, — en derhalve ook in haar verkiezingsprogram, waarvan slechts enkele voorname hoofdpunten nog nader kunnen worden aangestipt, de internationale vraagstukken vooropstellende.

De Wereldvrede

De wereldoorlog van 1914 heeft ook het vraagstuk van de wereldvrede opnieuw en in een nieuwe vorm aan de orde gesteld. Op dit ogenblik is dat vraagstuk tweeledig en omvat het de problemen, neergelegd in deze beide vragen: hoe en wanneer zal deze oorlog (kunnen) eindigen? hoe zal de op deze oorlog volgende vrede een blijvende wereldvrede (kunnen) worden?

Op de eerste probleem-vraag zullen de feiten het antwoord moeten geven. Er zijn in deze oorlog nog niet vele verwachtingen uitgekomen. Alleen is uitgekomen de verwachting van hen, die reeds spoedig inzagen, dat deze oorlog lang zou duren omdat niet een der beide strijdende partijen sterk genoeg was voor een snelle spoedige beslissende overwinning, en dat er altans in afzienbare tijd geen andere macht dan de militaire zou zijn, in staat om een einde aan de oorlog te maken. De tusschenkomst van „bevriende" neutralen,... niemand denkt meer aan de mogelikheid daarvan, voor zolang niet de beide oorlogende partijen de voortzetting van de oorlog onmogelik zullen achten. De invloed van partikuliere vredesbemiddelaars, de krachtigste vredesbeweging inbegrepen, is in de oorlogvoerende landen gelijk nul. Ook de sociaal-demokratie mist de macht om de komst van de vrede te bespoedigen: Stockholm gaf daar het bewijs van. Wat anders dan de gang zelf van de oorlog kan dan bepalen, hoe en wanneer de oorlog zal eindigen?

Ongetwijfeld, teoreties bestaat de mogelikheid dat de arbeidersklasse in de oorlogvoerende landen zal weigeren, langer aan het oorlogswerk deel te nemen. Teoreties is het denkbaar, dat de oorlog de klassentegenstellingen zó zal verscherpen, dat daardoor een maatschappelike ómwentelingsbeweging ontstaat. Maar waar

Sluiten