Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BIJLAGE II

A Beginselprogram, vastgesteld te Deventer in 1895

„De ontwikkeling der maatschappij heeft geleid tot kapitalistische voortbrengingswijze, waarbij de grond en de andere arbeidsmiddelen zich bevinden in handen van enkele personen, tegenover welke zich de klasse heeft gevormd van hen, die, van alle bezit ontbloot, totaal van de bezittende klasse afhankelijk zijn.

„Deze kapitalistische voortbrengingswijze heeft tengevolge, dat de bezittende klasse zich steeds meer en meer verrijkt ten koste der niet-bezitters, wier armoede toeneemt met hun groeiend aantal en die worden vermeerderd met die leden van den ondergaanden middelstand, welke, door de onmogelijkheid om de konkurrentie tegen het groot-kapitaal vol te houden, hun klein bezit hebben verloren en tot proletariërs zijn gemaakt.

„Toenemende werkloosheid tegenover overmatig lange arbeidsdagen ; gebrek aan koopkracht bij de massa, waardoor de ontzaglijke vermeerdering van het maatschappelijk arbeidsvermogen haar niet ten goede komt, en de snelle opeenvolging van krisissen en faillissementen bewijst, dat onder het stelsel der bestaande partikuliere voortbrengingswijze de menschheid de produktie niet meer kan beheerschen.

„Nevens deze teekenen van ondergang der bestaande voortbrengingswijze voeren de noodzakelijkheid om de machinerie op groote schaal in exploitatie te brengen, de snelle samentrekking van alle arbeidsmiddelen in handen van een steeds kleiner wordend getal personen en de vereeniging van dezen tot alle konkurrentie doodende maatschappijen (trusts enz.) noodwendig tot de maat-

Sluiten