Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

scheen, nam het ledental der A. S. P. in deze jaren slechts weinig toe. De Algemeene Staatspartij heeft de gewone kinderziekten van een nieuwe organisatie moeten doortobben en eerst wanneer deze periode achter den rug is, begint van Mei 1917 af een krachtig, doelbewust streven in een bepaalde richting en daarmede vangt dan een tijd van snelle ontwikkeling aan.

Wat het optreden naar buiten betreft verdient uit deze kinderjaren van de A. S. P. toch nog het een en ander vermeld te worden. Zoo werd er bijv. scherp stelling gekozen tegenover de gedwongen winkelsluiting in Amsterdam. De Staatsburger wees er herhaaldelijk, o.a. in het eerste nummer van Maart 1915, met nadruk op dat, hoewel het ongetwijfeld de plicht is van de overheid om te waken tegen de uitbuiting van winkelpersoneel door de winkeliers, toch de oplossing in de richting van een gedwongen sluiting om negen uur 's avonds een zeer ongelukkige was, vooral ook omdat hierdoor juist in zeer sterke mate getroffen werden de kleine zaken in de volksbuurten, die meerendeels zonder personeel werken en waar de eigenaar of leden van diens gezin achter de toonbank staan. Terwijl voor de groote zaken de gedwongen sluiting het karakter heeft van een bescherming van het personeel tegen een te langdurigen diensttijd, krijgt voor dergelijke kleine zaken de verplichte sluiting om negen uur het karakter van een, niet door het algemeen belang gemotiveerde inbreuk op de persoonlijke vrijheid.

In Juli 1915 werden in overleg met en gesteund door de Winkeliersvereniging in een paar Amsterdamsche districten de heeren DüYKERS en van der Velden candidaat gesteld voor den gemeenteraad. Deze eerste krachtproef had uit den aard der zaak geen resultaat, maar gaf er aanleiding toe dat het standpunt der A. S. P. in openbare vergaderingen uiteen werd gezet.

In December van hetzelfde jaar werd door de A. S. P. haar bemiddeling aangeboden ter beëindiging van een gerezen arbeidsconflict tusschen de Directie van de Amsterdamsche Atax Maatschappij en een deel van haar personeel. De aangeboden bemiddeling werd aanvaard en na herhaalde besprekingen gelukte het om betrekkelijk bevredigende voorwaarden bij de Directie te bedingen. Toen het personeel echter op deze voorwaarden niet tot opheffing der staking bereid was, moesten de bemiddelingspogingen gestaakt worden. Eenigen tijd later zag het personeel zich genoodzaakt den arbeid te hervatten op voor hen veel minder gunstige

Sluiten