Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4. het handhaven van het begrip dat de Regeering er is ter wille van het volk, niet omgekeerd het volk ter wille van de Regeering en van een daarmede samenwerkende volksvertegenwoordiging.

IV. De verkiezingsstrijd van 1917

In het najaar van 1916 gingen er van allerlei kanten stemmen op, die protest aanteekenden tegen de aanhangige grondwetsherziening, echter op grond van zeer verschillende overwegingen. Vooral drie verschillende stroomingen waren toen aanvankelijk in deze protestbeweging duidelijk te onderscheiden, een feministische, geleid door mevr. DrüCKER, mevr. Baerveldt en mej. Nine Minnema, welke vooral de grondwettelijke invoering van het actieve kiesrecht voor de vrouw voorstond, een juridiseh-politieke, geleid o.a. door Mr. S. van houten en Mr. Louis israels, die vooral bezwaren had tegen het stelsel der Evenredige Vertegenwoordiging, en een nationale, die in de voortzetting van het sinds Augustus 1914 gevolgde regeeringsbeleid een groot gevaar zag voor ons toekomstig onafhankelijk volksbestaan en die vooral ook de regeling der troonsopvolging wenschte te herzien.

In November 1916 was er in kleinen kring reeds een tweetal circulaires verspreid waarbij de wenschelijkheid van de oprichting eener Nationale Partij werd bepleit. Er had zich toen een voorloopig comité gevormd en er werd besloten om voorloopig vooral de aandacht op de regeling der troonsopvolging te vestigen. In December werd van Wageningen uit een manifest verspreid, over de noodzakelijkheid van de herziening der grondwet in nationalen geest. Terwijl eenerzijds de meesten van de onderteekenaars van dit manifest zich, voor zoover zij hiervan nog geen lid waren, bij de Algemeene Staatspartij aansloten, kwam er anderzijds een fusie tot stand tusschen de drie bovengenoemde stroomingen, die alle bezwaar hadden tegen de aanhangige grondwetsherziening. Uit de fusie van deze drie stroomingen werd de A. T. A. G. (actie tegen de aanhangige grondwetsherziening) geboren. De A. T. A. G. was dus uitsluitend een tijdelijke combinatie van drie zeer heterogene groepen.

Het onderscheid tusschen A. S. P. en A. T. A. G. is den voorstanders van de grondwetsherziening, den voorstanders van de „laat zitten wat zit" coalitie eigenlijk nooit duidelijk geweest en onder de adhserenten van de protestbeweging waren er ook ver-

Sluiten