Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en verfrissching van de Tweede Kamer zou hebben uitgesproken. Tegen de vereenigde kracht van de bestaande, georganiseerde en gedisciplineerde partijen konden echter de protestgroepen geen afdoend resultaat bereiken.

V. De strijd van de A. S. P. voor een betere levensmiddelenvoorziening

Reeds in de eerste maanden van 1916 kwamen in de Staatsburger herhaaldelijk opmerkingen over en kritiek op de levensmiddelenvoorziening voor; maar in Mei en Juni van dat jaar werd er officieel door het Hoofdbestuur bij den Minister en bij de Tweede Kamer op aangedrongen om tot onteigening van levensmiddelen over te gaan teneinde prijsopdrijving te voorkomen.

In Juli 1916 werd aan den Minister een schrijven gericht om er op te wijzen dat de toestand der levensmiddelendistributie niet langer houdbaar was en werd verzocht allen uitvoer van voedingsmiddelen te verbieden totdat een algemeene regeling getroffen zoude zijn, waardoor de voeding van het Nederlandsche volk afdoende en voor alle burgers bereikbaar zou zijn geregeld.

In de Staatsburger van 15 October 1916 werd met nadruk gewezen op het verkeerde systeem, dat een deel van de levering, de inkoop en de verzending van graan voor de Nederlandsche regeering, in handen is van denzelfden persoon — den heer Kröller — die in deze de regeering van advies dient. In de Staatsburger van 15 Mei 1917 vinden wij o.a. een artikel van P. H. burgers over Staatscoöperatie en van schrijver dezes over Eenzijdige produktieen exportpolitiek. Den 21 en Mei werd op een openbare vergadering te Amsterdam door burgers gesproken over de organisatie van de produktie en betoogd dat deze moet geschieden door een deskundige en niet door een politieke volksvertegenwoordiging. Op dezelfde vergadering toonde de heer Gerhard Polak met verschillende voorbeelden aan op welk een nonchalante wijze de levensmiddelenpolitiek door de regeering behandeld is en wees op 'het groote gevaar dat er voor de publieke moraliteit schuilt in de steeds veldwinnende corruptie.

Den 7en Juli 1917 werd door het Hoofdbestuur aan H. M. de Koningin een request gericht waarin er op werd gewezen dat de grondoorzaak van de onlusten die enkele dagen te voren in Amsterdam en ook elders in Nederland heerschten „moet worden

Sluiten