Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VII Het democratische standpunt van de Algemeene StaatspartijDe Algemeene Staatspartij staat op een geprononceerd democratisch standpunt, zij is echter wars van demagogie.

In het oorspronkelijke programma van actie, zooals dat in het eerste nummer van de Staatsburger werd gepubliceerd, was de wenschelijkheid van de invoering der Evenredige Vertegenwoordiging opgenomen. Dit punt verviel bij de herziening van dit programma en komt dus in de beginselverklaring van Mei 1917 niet voor, omdat het zich toen reeds zeer duidelijk liet aanzien, dat de invoering der Evenredige Vertegenwoordiging vooral zoude leiden tot versterking van de macht der partijbesturen en zoodoende den invloed van de individufele kiezers zou verminderen.

Tegen de „laat zitten wat zit" coalitie, die een slag was in het gezicht van de ware democratie, waarbij door eenige autocratisch optredende partijbesturen gedecreteerd werd dat de volksvertegenwoordiging in goede handen was, dat de kiezers hetzelfde regentencollege voorloopig moesten handhaven, teneinde de heeren in het genot van salarisverhooging en pensioen te stellen, is de A. S. P. met kracht opgekomen.

De wijze waarop de A. S. P. partij gekozen heeft toen de drukpersvrijheid in den persoon van Schröder werd aangerand toont duidelijk hoe hoog wij het aloude recht van vrije meeningsuiting wenschen te houden. Toen in Augustus 1917 de persvrijheid opnieuw werd aangetast door de schorsing van het Emdhovensch Dagblad werd eveneens onmiddellijk een sympathiebetuiging verzonden en door de Staatsburger krachtig geprotesteerd.

Wat de eisch van regeling der troonopvolging betreft, is het niet tegen te spreken dat de tegenwoordig geldende bepalingen daaromtrent op het verouderde standpunt staan dat het volk beschouwd wordt als de gehoorzame onderdanen van een vorst die er naar welgevallen over beschikt. Een eeuw geleden is er bij het aannemen van de grondwet beschikt over de toekomst van het Nederlandsche volk in autocratischen geest. In geval het regeerende vorstenhuis onverhoopt zoude uitsterven ligt de beslissing over den toekomstigen regeeringsvorm en over de toekomstige regeerders niet bij het Nederlandsche volk; dit heeft er niets over te zeggen; het Nederlandsche volk wordt dan als een erfenis toegewezen aan den een of anderen verren bloedverwant van den

Sluiten