Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van de positie der onderwijzers en door een opleiding van deze op breedere basis de heerschende misstanden zullen worden opgeheven.

Wij zijn van oordeel dat de, bij de jongste grondwetsherziening geaccepteerde oplossing slechts een schijnoplossing is; de partijgangers in het parlement waren er gedurende korten tijd door bevredigd, maar buiten het parlement — en weldra ook in de volksvertegenwoordiging zelf — zal men den schoolstrijd binnenkort nog feller zien oplaaien dan voorheen. Alleen van een synthetische oplossing, door het wegnemen der grondoorzaak van den schoolstrijd is redding te wachten. Over en weer moet men tot het besef komen dat onderwijs van verschillende richting zeer goed naast elkander bestaanbaar is, maar dat er in de allereerste plaats vermeden moet worden om bij en door het onderwijs scheurend en verdeelend op het Nederlandsche volk in te werken; om bij en door het onderwijs den partijstrijd aan te wakkeren; om bij en door het onderwijs aanstoot te geven aan andersdenkenden. Evengoed als het Koloniaal Onderwijscongres, dat in den Haag in 1916 gehouden werd, stond in het teeken van verdraagzaamheid, evengoed als toen over en weer de vertegenwoordigers van het neutrale en van verschillende richtingen van confessioneel onderwijs elkander waardeerden, moet het mogelijk zijn om hier te lande van verschillende zijde het onderwijs zoodanig te geven en het onderwijzend personeel te doordringen met een geest van zoodanige onderlinge waardeering, dat haat en naijver plaats maken voor eendrachtig samenwerken. In die richting zoeken wij de oplossing van den schoolstrijd.

Wat het standpunt van de A. S. P. ten opzichte van het vrouwenkiesrecht betreft, was de eisch van invoering van het algemeene vrouwenkiesrecht reeds in het oorspronkelijke programma van actie van 1913 neergelegd. In de nieuwe beginselverklaring is deze eisch onverzwakt gehandhaafd; de A. S. P. wenscht medebestuur van het volk op den grondslag van het algemeen kiesrecht, zoowel voor vrouwen als voor mannen, stemplicht en algemeene verkiesen benoembaarheid. Naar het ons voorkomt is de wijze waarop de invoering van het algemeene vrouwenkiesrecht tot nu toe is tegengehouden, uitsluitend een gevolg van de ontaarding onzer partijpolitiek. Deze kwestie is door den volksvertegenwoordiger nooit beschouwd als een zaak van rechtvaardigheid en billijkheid

Sluiten