Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geest van te zoeken naar een werkelijk praktische, rechtvaardige oplossing maar veeleer den geest van een compromis tusschen de vertegenwoordigers van verschillende politieke partijen.

Op de vergadering van 15 November werd een motie aangenomen, die ook aan den Minister van Justitie werd toegezonden, van den volgenden inhoud: De vergadering enz....

erkennende de principieële billijkheid van een huurverhooging, tot een maximum van 10 %• overeenstemmende met de hoogere kosten die de eigenaren aan de door hen verhuurde woningen hebben te besteden;

spreekt de noodzakelijkheid uit dat elke maatregel van een verhuurder waardoor zijn huurder in een minder gunstige positie dan voorheen wordt gebracht zooals bijv. huurverhooging en huuropzegging, voor zoover deze maatregelen sinds de bekrachtiging der Huurcommissiewet werden genomen of nog zullen worden genomen, sanctie behoeft van de betrokken Huurcommissie;

acht het evenzeer noodzakelijk dat door de stijging der huren de huurders niet automatisch tevens met verhooging der personeele belasting worden bezwaard;

spreekt de wenschelijkheid uit dat het Gemeentelijke Bouwen Woningtoezicht zooveel mogelijk medewerkt, om de huurders, die noodgedwongen verhuizen, niet nog finantiëel te treffen.

Over het standpunt der A. S. P. ten opzichte van koloniale politiek staat in de beginselverklaring niet veel. Dat dit niet uitgelegd mag worden als een gemis aan belangstelling in koloniale politiek blijkt onmiddellijk wanneer men nagaat wie er in Juni 1918 door de A. S. P. candidaat voor de Tweede Kamer zijn gesteld; wij vinden hieronder vier namen van mannen met een langdurige Indische carrière achter den rug.

Het is trouwens ook zonder meer duidelijk dat de hoofdbeginselen van de Agemeene Staatspartij, ook al is dit niet uitdrukkelijk vastgelegd, evenzeer een leiddraad moeten zijn in NederlandschIndische als in zuiver Nederlandsche aangelegenheden.

Nederland en Nederlandsch-Indië zijn verbonden door banden van traditie en geschiedenis tot een ondeelbare saamhoorigheid en op den duur zullen beide als gelijkberechtigde onderdeelen van

Sluiten