Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I. De oprichting

In het bekende werk van Mr. W. J. van Welderen rengers „Schets eener parlementaire geschiedenis van Nederland" wordt de toestand der liberale partij in de Kamer bij het optreden van het derde ministerie-heemskerk (1883—1888) aldus geschetst:

„De verdeeldheid in de liberale gelederen, welke aan van Lynden mogelijk had gemaakt om gedurende vier jaren het bewind te voeren, zonder steun of sympathie van eenige partij in den lande, bleek bij zijn aftreden eerder te zijn toegenomen dan bijgelegd. Trouwens, niet enkel bij hen, die zich tot de liberalen rekenden, ook bij de andere staatspartijen was het verschil van inzicht tusschen de voorstanders van eene meer algemeene en directe deelname des volks aan het staatsbestuur, en de meer conservatieve elementen, merkbaar, waardoor allengs het karakter van den politieken partijstrijd — gedurende ettelijke jaren nagenoeg uitsluitend een schoolstrijd — belangrijke wijzigingen zou ondergaan".

Welnu, het is die verdeeldheid in de liberale gelederen geweest, waarvan men verlost wilde raken, die geleid heeft tot de oprichting der Liberale Unie. Was de Schoolwet-kappeyne in schijn de laatste krachtdaad van „de eene groote liberale partij" in werkelijkheid was die een bewijs van hare zwakte; sterke partijen behoeven geene minderheden te onderdrukken, maar kunnen de wenschen daarvan onbevangen onderzoeken; maar men voelde zich nog eens voor het laatst vereenigd op het oude shibboleth, en als het ware even teruggeplaatst in de groote dagen van thorbecke, toen men ook eendrachtig samenging waar het gold de burgerlijke vrijheden van ons volk te bevestigen.

Sluiten