Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tijdelijk voorzitter, en waarin de heer J. Voute Czn. het tijdelijk secretariaat waarnam, werden aan het oordeel der bovengenoemde 22 heeren de beide volgende vraagpunten onderworpen:

a. Is in de gegeven politieke tijdsomstandigheden de oprichting eener Liberale Unie wenschelijk? b. Welke is de meest doeltreffende wijze ter verwezenlijking van dit denkbeeld?

De discussies daarover nalezende treft het, dat bij de meerderheid der leden vaststond, dat een program niet mogelijk was, en dat niet alleen omdat, zooals één der heeren het sierlijk uitdrukte, een bindend program niet overeenstemt met het temperament der Liberale partij, maar ook omdat men niet anders kon verklaren, dan dat er eigenlijk maar ééne zaak was, waarin de toenmalige liberalen allen samen gingen, nl. het anti-clericalisme. Daarnaast zien wij groote vrees, dat de kiesvereenigingen door hun toetreden tot de Liberale Unie iets van hunne autonomie zullen inboeten, en herhaalde verklaringen van het tegendeel werden van den voorzitter in deze ter geruststelling gevraagd. Na uitgebreide discussie werd ten slotte met slechts 2 stemmen tegen het volgende conceptprogram aangenomen:

Art. 1. Er wordt opgericht eene Liberale Unie, die zich ten doel stelt door alle geoorloofde middelen van voorlichting en samenwerking den staatkundigen invloed der kerkelijke partijen te bestrijden en de toepassing der liberale beginselen te bevorderen.

Art. 2. De Liberale Unie omvat als1 hare deelen zoodanige kiesvereenigingen in den lande als bij haar zich aansluiten.

Art. 3. Iedere kiesvereeniging vaardigt naar den maatstaf van haar ledental, en op eene schaal bij Huishoudelijk Reglement vast te stellen, een of meer leden af, ten einde deel te nemen aan de beraadslagingen en stemmingen der Unie. De afgevaardigden stemmen hoofdelijk.

Art. 4. Uit de aldus afgevaardigden wordt eene Commissie van Uitvoering gekozen belast met het bijeenroepen der vergaderingen, regeling der werkzaamheden en ten uitvoerlegging der genomen besluiten.

Art. 5. De Unie vergadert minstens eenmaal 'sjaars en verder

Sluiten