Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door eene nieuwe redactie voor te stellen aldus luidende: De

inrichting van het openbaar onderwijs wordt door de wet geregeld. De openbare scholen zijn toegankelijk voor leerlingen zonder onderscheid van godsdienstige gezindheid. In of door elke gemeente wordt lager onderwijs gegeven, voldoende aan de behoeften der bevolking. Het wordt, voor zoover daarin niet op andere wijze is voorzien, van overheidswege verstrekt in openbare scholen; aldaar wordt het aan onvermogenden kosteloos gegeven. Later werd er nog bijgevoegd „dat de wet zoude voorschrijven of en in hoever aan bijzondere scholen onderstand uit de openbare kassen kon worden verleend".

De verwerping van dit regeeringsvoorstel had eene ontbinding, van de Tweede Kamer ten gevolge bij Koninklijk Besluit van 11 Mei 1886, en de verkiezingsstrijd werd vrijwel beheerscht door de —leuze vóór of tegen het behoud van art. 194. De Liberale Unie verklaarde zich in hare vergadering van 9 Juli 1887 vóór de ont-i werpen tot Grondwetsherziening, met name de verandering van den grondslag der kiesbevoegdheid en zijn ruime omschrijving, de erkenning in beginsel van eene zelfstandige administratieve rechtsmacht, de toekenning van groote re vrijheid aan den wetgever in zake de regeling der defensie, de bepaling van een vast aantal leden van de Tweede Kamer met gelijktijdige aftreding van allen om de 4 jaren, belangrijke aanwinsten noemende, maar koos beslist positie tegen het nieuwe artikel op onderwijsgebied, in de vaste overtuiging, dat in de Grondwet niet mag worden gemist de waarborg voor zoodanige inrichting van het openbaar Lager Onderwijs, dat ouders, voogden en verzorgers de gelegenheid niet ontbreke, om de kinderen die onder hunne macht zijn of aan hunne zorg zijn toevertrouwd, in het genot te stellen van voldoend lager onderwijs, waarbij hunne godsdienstige overtuigingen niet worden gekrenkt.

De herziening der Grondwet had in Maart 1888 nieuwe verkiezingen noodzakelijk gemaakt. De Liberale Unie ontving van. het Hoofdbestuur eene circulaire om te wijzen op datgene watnaar zijne overtuiging door de liberale partij als een eisch van het oogenblik moest worden gesteld, wat redelijkerwijze kan gevorderd worden dat Regeering en Vertegenwoordiging tot stand zullen brengen in den termijn van vier jaren waarvoor de leden der nieuwe Kamer moesten worden gekozen.

Men zou zoo zeggen: Dat was een program, maar wij moeten

Sluiten