Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der oprichtsters van de Unie, hadden zich op de vergadering niet laten vertegenwoordigen, daar zij bezwaar hadden tegen de behandeling van het kiesrechtontwerp, dat zij als ontijdig betreurden.

Vóórdat de kieswet-tak in haar gewijzigden vorm in de Kamer in behandeling kwam, vond de Liberale Unie nog gelegenheid om op 10 Juni 1893 eene motie aan te nemen, waarin werd uitgesproken, dat zij van meening was dat de liberale partij in de naaste toekomst krachtig de hand behoort te slaan aan hervormingen op sociaal gebied, en weldra brak het voorjaar 1894 en daarmee de openbare behandeling van de kieswet-tak aan. Het is hier niet de plaats om een oordeel uit te spreken over Tak's houding tegenover het amendement-de Mevier, welks aanneming de wet deed vallen. Hier zij alleen vermeld dat meer dan één liberaal, die zijne stem aan dit amendement gaf, de voorsteller zelf in de eerste plaats, niet beter wist dan dat met de aanneming van dit amendement de wet zou worden gered.

De ontbinding kwam en gaf groote teleurstelling. Alles werkte samen om den conservatieven de zege te doen behalen. De socialisten, die in de 8oer jaren zoo indrukwekkende (o.a. in 1885) manifestaties voor het Algemeen Kiesrecht hadden gehouden, lieten zich onder invloed van Domela Nieuwenhuis niet meer aan de zaak. gelegen liggen; de toenmalige radicale pai rijpte Amsterdam was reeds te veel verdeeld in eigen boezem om krachtig op te treden, en de clericale en anti-clericale Takkianen zaten te veel elk aan. zijn clericalisme of anti-clericalisme vast om als-één man te kunnen optrekken. . ,

Het Hoofdbestuur van de Liberale Unie richtte bij de uitge-. schreven verkiezingen een woord tot de aangesloten kiesvereenigingen om de zijde van Tak te houden. Het beriep geene algemeene vergadering om in deze uitspraak te doen, als zijnde de tijd daarvoor niet alleen te kort, maar die uitspraak zelve onnoodig waar de L. U. op 26 Nov. 1892 zich met zoo goed als algemeene stemmen vóór de ontwerpen-Tak had verklaard.

Dit niet oproepen van eene Algemeene Vergadering wekte bij

velen gevoeligheid, om niet te zeggen groote ontstemming. De H.H.

Mr. M.tydeman Jr.1) en Mr. A. C. Crena de Jongh namen ontslag als

') Mr. Tydeman schreef o.a.: „Na en misschien ook vóór de behandeling van de te verwachten nieuwe ontwerpen wachten der Kamer andere werkzaamheden. Ik zoude het betreuren indien de periode van wetgeving beheerscht werd door de keuze van niet-liberalen op wier steun daarbij niet valt te rekenen".

Sluiten