Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leden van het bestuur, en enkele kiesvereenigingen traden uit de Unie.

Op 16 Juni 1894 kwam in de Algemeene Vergadering de houding van het Hoofdbestuur ter sprake. De Kiesvereenigingen Algemeen Belang te Utrecht en Eendracht maakt Macht te Middelburg stelden eene motie voor, waarin i°. hulde gebracht werd aan het bestuur wegens zijne houding bij de laatste verkiezingen, 2°. de wensch werd uitgesproken, dat het bestuur ook in het vervolg de L. U. in denzelfden democratischen geest zal blijven leiden.

Het eerste deel van de motie werd na hevigen strijd met 43 tegen 26 stemmen aangenomen. De tegenstemmers verlaten nu de vergadering (en weldra de Unie), zoodat het tweede deel der motie met 43 tegen 1 stem kon worden aangenomen. De democratische elementen hadden gezegevierd, maar de naam Unie was niet meer toepasselijk, voor de conservatief-liberalen was daarin geen plaats meer. De scheidslijn was getrokken, en zooals het helaas altijd bij zulke gelegenheden gaat:, alles behalve met wiskunstige nauwkeurigheid. En ook in de Kamer was het na de ontbinding op Tak's Kieswet nu ook voor goed uit met de eene groote liberale partij en vormden de Takkianen eene afzonderlijke club, de Liberale-Unie-club.

III. 1890-1901

Waar men totnogtoe angstvallig vermeden had met een „programma" te komen, waar men zelfs als men dat ten deele deed beslist ontkende, dat het punt dat men vaststelde een programmapunt was, en dat alles uit zucht om den boel bij elkaar te houden, was voor het voortzetten dier gedragslijn na de scheuring van 1894 de hoofdreden vervallen. En terecht zag men in, dat de nieuwe kiezers, die de wet van houten weldra in het leven zou roepen recht hadden te weten wat men aan de Unie had. In de vergadering van 22 Juni 1895 onderwierp het Hoofdbestuur het volgende ontwerp-Besluit aan de Algemeene Vergadering:

„De Algemeene Vergadering van de Liberale Unie, overwegende :

dat voor de gezonde ontwikkeling van ons staatkundig leven, en als grondslag voor eene politiek van wenschelijke hervormingen, een zoo ruim mogelijke uitbreiding van het Kiesrecht gelijk zij steeds heeft voorgestaan, dringend noodzakelijk blijft;

dat intusschen de tijd gekomen is voor het vaststellen van een

Sluiten