Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van vakonderwijs en bevordering van eene practische inrichting bij het onderwijs;

behartiging van het lot van verwaarloosde kinderen, waar noodig onder opheffing of beperking van de ouderlijke macht.

§ 5. Herziening van het personenrecht en van het erfrecht met name tot:

verbetering van den rechtstoestand der vrouw, zoo wat haar persoon als haar vermogen betreft, en in 't bijzonder tot waarborging van het recht der gehuwde vrouw op de opbrengst van haar arbeid;

verbetering van den rechtstoestand van natuurlijke kinderen, in het bijzonder door opheffing van het verbod van onderzoek naar het vaderschap;

uitbreiding van het erfrecht van den langstlevenden echtgenoot; opheffing van de wettelijke opvolging van verwijderde bloedverwanten.

§ 6. Behartiging van de ontwikkeling van landbouw, veeteelt, handel en nijverheid, niet door beschermende rechten, maar door andere maatregelen, o.a. door verbetering van verkeers- en gemeenschapsmiddelen, ook tusschen afgelegen streken en de centra van bevolking; en, wat den landbouw aangaat, o.a. door verbreiding van landbouwonderwijs, door samentrekking van de bestuurstaak ten aanzien der landbouwbelangen bij één der departementen van algemeen bestuur, door herziening van de bepalingen op het stuk van de jacht.

§ 7. Ten aanzien van het defensiewezen — bij welks inrichting rekening worde gehouden met de internationale verhoudingen, die in redelijkheid kunnen worden voorzien, en met de financieele lasten, die zooveel mogelijk behooren te worden verminderd —;

regeling der levende strijdkrachten, met invoering van het stelsel der persoonlijke vervulling; van den dienstplicht en met opheffing van de schutterijen in haar tegenwoordigen vorm;

nieuwe regeling van den rechtstoestand van den militair.

§ 8. Invoering van administratieve rechtspraak;

vereenvoudiging van het procesrecht tot verkrijging van snel en goedkoop recht en tot bespoedigde berechting van lichte vergrijpen.

Sluiten