Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

plichtwet, de Woningwet, de Gezondheidswet, gaf, om niet meer te noemen, dat het daarbij nog even zou geven een Arbeidscontract, Ouderdoms- en Invaliditeitspensioen en Grondwetsherziening om tot oplossing te komen van het kiesrëchtvraagstuk.

In diezelfde vergadering werd met overgroote meerderheid eene motie aangenomen, waarin werd aangedrongen op ongewijzigde aanneming van de Leerplichtwet.

De Algemeene Vergadering van 2 Juni 1900 had onder zeer bijzondere omstandigheden plaats. Daags te voren had de Eerste Kamer de Ongevallenwet verworpen. De voorzitter Mr. E. A. Smidt liet niet na daarover zijne groote teleurstelling uit te spreken, en wellicht was het onder den indruk van deze gebeurtenis dat wat milder toon tegenover het Kabinet werd aangeslagen dan ten vorigen jare. De hoop, dat het Kabinet ten nutte van het land krachtig en vruchtbaar werkzaam zou zijn heet thans vervuld, al was het dan niet in die mate als het Hoofdbestuur had gewild. Maar als er niet meer tot stand kwam en het tot stand gekomene niet beter beantwoordde aan onzen wensch, dan was dit niet het Kabinet alleen te wijten, wat aansporing moest wezen om zooveel mogelijk L. U. mannen naar de Kamer te zenden. De voorgenomen technische herziening der Kieswet werd bij voorbaat afgebroken, daar deze den grondslag van de wet VAN HOUTEN intact zou laten.

Een motie dat de Algemeene Vergadering diep betreurde de beslissing door de Eerste Kamer in zake de Ongevallenwet genomen, en opnieuw den wensch uitsprak, dat eene wettelijke regeling van de verzekering der werklieden tegen de financieele gevolgen van ongevallen hun in hun bedrijf overkomen, zoo spoedig mogelijk op den grondslag eener publiek-rechtelijke regeling tot stand kome, werd met acclamatie aangenomen. En in het algemeen had het votum van de Eerste Kamer de vergadering zeer strijdlustig gemaakt. Het conflict tusschen conservatisme en democratie was er, duidelijk en omlijnd, en met slechts 3 stemmen tegen werd thans aangenomen § 1, als volgt gewijzigd: De Liberale Unie, handhavende haar herhaaldelijk uitgespro- < ken meening ten gunste eener regeling van de kiesbevoegdheid, los . van eiken band met belastingen, is van oordeel, dat ter verkrijging 1 daarvan wijziging der artikelen 80, 127 en 143 der Grondwet nood-j

Sluiten