Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wat meer heil in een krachtig gezamenlijk optreden voor het kabinet-PlERSON-BORGESIUS, dat reeds zooveel had gegeven, en dat juist omdat het zooveel gegeven had zwak stond, en al wat conservatief was met onrust had vervuld. Men wist daarenboven hoe de tegenpartij van de invoering der Leerplichtwet zij het dan ook een zeer oneerlijk maar geducht strijdmiddel tegen het kabinet had gemaakt.

Maar het toenmalige Hoofdbestuur van de L. U. rekende daarmee niet. Het wilde geene sociale hervormingen, die niet volbloed L. U. hervormingen waren, het wilde in geen geval een kabinet steunen, dat met de oud-liberalen te rekenen had.

In dat licht heeft men de vergadering van 26 Jan. 1901 te beschouwen.

Eerst werden behandeld de voorstellen tot wijziging van het Hervormingsprogram. Aan g ï werd toegevoegd: „Indien en voor zooverre algemeen kiesrecht wordt ingevoerd, acht zij evenredige vertegenwoordiging door de rechtvaardigheid geboden. Herziening van de grondwettelijke bepalingen met betrekking tot de verkiezing der leden van de Eerste Kamer acht zij een vereischte.

In g 2 verviel natuurlijk de wensch naar Kamers van Arbeid, omdat die reeds verkregen waren, en schrapte men bij de verplichte verzekering de woorden zoo noodig uit de zinsnede „zoo noodig ten deele op kosten van den Staaf'.

Aan de onderwijsparagraaf werd toegevoegd: „wettelijke regeling van het voorbereidend onderwijs".

In de defensieparagraaf werd met ééne stem meerderheid de wensch naar vermindering van financieele lasten*) geschrapt.

Naast den persoonlijken dienstplicht werd daarin de algemeene oefenplicht opgenomen.

In de koloniale paragraaf werd ingevoegd „behartiging van de geestelijke en stoffelijke ontwikkeling der bevolking".

En toen kwam het voorstel om g 1 urgent te verklaren.

Een bemiddelingsvoorstel van Prof. Krabbe uit Groningen om de urgentie der voorbereiding van den in g 1 genoemden maatregel te erkennen werd met 66 tegen 11 stemmen verworpen. Een ander bemiddelingsvoorstel van den Hr. KOOPMANS uit Alkmaar dat onder de urgentie zal worden verstaan, dat de Grondwetsherziening aan de orde zal worden gesteld in het laatste zittingsjaar van de komende periode, ingetrokken. En eindelijk het voorstel van het

1) Dit geschiedde in hoofdzaak door hen, die thans vrijzinnig-democraten heeten.

Sluiten