Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zooverre ten goede gekomen, dat velen, die zich bij de scheuring aan de Unie onttrokken hadden, om verder ongeorganiseerd te blijven, en vele anderen, die de kat uit den boom hadden gekeken, weer toetraden en krachtig steun verleenden.

Toch begreep het toenmalige Unie-bestuur, dat de levensquaestie was of de kopstukken der partij zich bereid zouden willen verklaren de leiding op zich te nemen. In de vergadering van 1 Juni 1902 werden de H.H. Mr. H. Goeman Borgesius, Mr. P. Rink en Dr. C. Lely tot leden van het Hoofdbestuur benoemd, en deze namen de benoeming aan. De aanneming was van grooten invloed; de Unie had haar gezag teruggekregen, en de plaatsen van hen, die heengegaan waren, werden gestadig aangevuld. Dr. RüYSCH, die in den moeilijksten tijd het weinig benijdbaar ambt van voorzitter bekleed had, gaf den hamer aan Mr. H. Goeman Borgesius over, en men ging weer hard aan het werk.

Het kiesrechtvraagstuk, dat verdeeldheid in de gelederen gebracht had, werd ernstig onder de oogen gezien. Van meening, dat de oplossing daarvan meer bevorderd werd door krachtige propaganda in eigen kring dan door decreten van het Hoofdbestuur, benoemde men eerst eene commissie bestaande uit de H.H. de Kanter, Patijn en Rink om rapport daarover uit te brengen. Dit rapport verscheen reeds in 1903 en is ook door anderen dan geestverwanten geroemd. Het neemt als grondslag het negatief kiesrecht, d. w. z. de stelling, dat kiezer te wezen regel, het niet te wezen uitzondering, wel gemotiveerde uitzondering moet zijn, en concludeert dus tot algemeen kiesrecht. Aan alle bestuursleden van afdeelingen werd een exemplaar van het rapport toegezonden, en advies daarover gevraagd, terwijl daarna krachtige propaganda gemaakt werd voor de denkbeelden in dat rapport vervat.

Dat de Liberale Unie zich niet eerder over deze quaestie uitsprak dan op 8 Februari 1908, ligt hem daarin, dat ze in 1905 getracht heeft alle vrijzinnigen te coaliseeren, en wel wat het kiesrecht betreft op het bekende blanco artikel. Zooals bekend is, mislukte de opzet, de oud-liberalen weigerden mee te gaan, maar met de nieuwe partij der Vrijzinnig-Democraten kwam op 21 Januari 1905 een gemeenschappelijk program tot stand, waarop het blanco-artikel eene plaats verkreeg.

Eerst toen de Grondwetsherzieningsvoorstellen van Minister RlNK

Sluiten