Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toe, dat Nederland thans zucht onder de overheersching der kerkelijke partijen. In dien toestand — ik ben er diep van overtuigd, — zal geene verandering komen, zoolang het niet te miskennen verschil tusschen de fractie's zoo breed wordt uitgemeten, dat toenadering, samenwerking schier onmogelijk wordt, — zoolang de partijen, die, ondanks de niet weg te redeneeren verschilpunten zooveel punten van geestverwantschap hebben, elkander voortdurend gaan bevechten en bestrijden, — zoolang niet in de vrijzinnige gelederen bij de hoofdmannen evenzeer als bij de groote schare het besef algemeen wordt, dat elk op zichzelf weinig vermag, maar dat de, verschillende deelen van het vrijzinnige leger, als strijdmacht tot één geheel vereenigd, groote kracht kunnen ontwikkelen, groote dingen tot stand kunnen brengen".

En hij richtte den banvloek tegen „het onderling krakeel in vrijzinnige kringen, zelfs in het gezicht van den gemeenschappelijken tegenstander, — een krakeel, dat zoozeer de gemoederen in beslag nam en zulke verhoudingen aannam, dat zelfs hoogst bekwame mannen, die als raadslieden der kroon de vrijzinnige idee trachtten hoog te houden, er het slachtoffer van werden".

Het duurde nu niet lang of de teekenen beterden. Bij de Statenverkiezingen zoowel 'als in de Kamerdebatten was reeds meer zin tot samenwerking te bespeuren, en de verkiezingen van 1913 vonden al ruim een jaar te voren de groeiende beweging tot concentratie der drie vrijzinnige partijen. Niet het minst zag de Unie dezen haren wensch ook ondersteund bij de groote schare, die van de onderlinge afscheiding zich zeer weinig gediend toonde. Zoo kwam de Vrijzinnige Concentratie tot stand. Ofider haar Concentratiemanifest zijn de vrijzinnigen de stembus van 1913 tegemoet gegaan, ter verwezenlijking van de punten van 't Concentratieprogram. „Strijdende voor de beginselen, die aan onze staatsinrichting ten grondslag liggen en waartegen onder den invloed van met den dag feller optredende elementen uit Roomsche en Calvinistische staatspartijen reactie optrad", verklaarde de vrijzinnige phalanx op te trekken „voor de handhaving der geestelijke en economische vrijheid van ons volk".

Hiermede was de algemeene bedoeling uitgesproken, om door gemeenschappelijke samenwerking eene kamer- en regeeringsmeerderheid te vormen. De eigen zelfstandigheid bleef behouden, doch de handen werden ineengeslagen. Ineengeslagen in de eerste plaats ter verwezenlijking van de bepaalde hervormingen: „algemeen

Sluiten