Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Onze welvaart heeft haar voedingsaarde in vrijheid van verkeer gevonden en die is totaal teloor gegaan. Zal zij ooit terugkeeren? Men mag daarop niet spoedig rekenen. In nog sterker mate dan de oorlog, zal de vrede ons bemoeilijken. Thans vallen nog de hardste slagen om ons heen, doch als de volken den economischen strijd zullen uitvechten — hetzij in den vorm van een door de regeeringen aangekondigden en geleiden oorlog, hetzij in den vorm eener door die regeeringen achterbaks gesteunde guerilla — dan zal ons land zich niet kunnen dekken met het brooze neutraliteitsbegrip, waarachter het zich thans nog menigmaal wist te bergen: dan wordt ook ons volk midden in den strijd geplaatst. Het zal met alle kracht en alle energie zijn welvaart hebben te verdedigen, als de machtige volken om ons heen zullen pogen, tot eiken prijs en met even weinig scrupules als zij thans toonen te bezitten, hun verloren afzetgebieden en hulpbronnen te heroveren of ze door nieuwe, ten koste van wien ook verkregen, te vervangen.

Blijft Nederland daarin achter, voert het niet alle wapenen waarover het beschikt, verzuimt het zich economisch te versterken omdat het zijn aandacht over andere zaken, van veel minder gewicht, verdeelt of de veerkracht mist zich op te werken tot het peil van den toestand, dan loopt het gevaar, dat zijn welvaart zal verdorren en verschrompelen en zullen alle standen, ondernemers, handelaars en werklieden ondervinden, wat „werkloosheid" in haar verschrikkelijkste gedaante beteekent.

Men moet daarover niet lichtvaardig denken. Het is met de feiten helaas bittere ernst. Zelfs zoo van beide zijden der oorlogvoerenden het economisch offensief mocht worden voorkomen, dan kan het defensief der naties op dat gebied voor ons land reeds fnuikend zijn.

Bij alle volken, die door den oorlog zoo onnoemelijk veel rijkdom en werkkracht hebben verloren, zooveel besparing en besparingsmogelijkheden hebben ingeboet en die gebukt gaan onder oorlogslasten, welke met het in cijfers gebracht reëel volksvermogen vóór den krijg reeds thans niet veel verschillen, zal een streven aan den dag treden om economisch zooveel mogelijk zelfstandig van andere landen te worden. De uiterste zuinigheid moet worden betracht: het sluiten der grenzen voor al wat een land niet voor zijn eerste levensbehoeften noodig heeft of voor al wat het zal pogen zelf te produceeren, zal vermoedelijk langen tijd aanhouden.

Sluiten