Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Drie elementen van de klassenstrijd-theorie zijn reeds door de praktijk achterhaald. Dat de wereld niet bestaat uit twee klassen, maar uit een complex van groepen met vage, ineenloopende grenzen, die nu eens tegenstrijdige, dan weer gemeenschappelijke belangen hebben, en die, in elk land afzonderlijk, in de eerste plaats geinteresseerd zijn bij de welvaart van het geheel, wordt niet meer tegengesproken. Een groot, gezamenlijk belang staat dus boven de wrijving van veler belangen en wie in den tegenwoordigen tijd slechts oog heeft voor het welzijn van één enkele groep, loopt gevaar de algemeene welvaart dermate te verstoren, dat ook zijn protégés daarvan zeer ernstige gevolgen zullen ondervinden.

Voorshands — het voorbeeld is actueel, doch van blijvende waarde ter illustratie van de eenzijdigheid der klassenstrijders — voorshands komt het er voor allen op aan te zorgen, dat het bedrijfsleven in vollen omvang worde hersteld en zoo mogelijk uitgebreid, opdat het Nederlandsche volk in zijn geheel weder een zelfstandig bestaan erlange en de werkloosheid buiten de deur blijve. Gelukt dat niet, dan zal ook de klasse, die op papier de beste arbeidsvoorwaarden heeft bedongen, bij gebrek aan arbeid van haar voorwaarden niet genieten. Gezamenlijk zullen wij dus moeten streven naar dien wederopbouw van het economisch verkeer en zullen alle krachten moeten worden ingespannen opdat straks Nederland niet achterblijve in den wedstrijd der volken.

De „Verelendung", het altijd dieper neerdrukken van den werkliedenstand door „het kapitaal", de grondslag waarop de geheele leer van den klassenstrijd is opgetrokken, heeft den toets der wetenschappelijke critiek niet kunnen doorstaan. Langzaam — te langzaam ook naar onze meening —worden arbeidsloonen en arbeidsvoorwaarden beter en het deel dat de arbeid krijgt van de winst in het bedrijf neemt tegelijkertijd toe. Zoo de Verelendung onwaar is, dan is daarmee het tweede element der leer vervallen: de arbeiders zullen in de ontwikkelde mogendheden van West-Europa uit diepe ellende niet grijpen naar de politieke macht, zij zullen geen revolutie maken. Ook dat zien de in de politiek meer gevorderde sociaal-democratische leiders in. Van de revolutie willen zij niets meer weten, zij hebben die in Rusland in werking gezien en ontkennen zelfs tegen beter weten in, dat deze zou dragen een socialistisch cachet. Het idee der revolutie is daarom vervangen door het langzaam, krachtens stemrecht, veroveren van de politieke macht, een operatie, welke, de verwezenlijking der arbeidersidealen

Sluiten