Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In den oorlogstijd hebben zij, zoowel inzake het buitenlandsch beleid als ten aanzien van productie en distributie, het heft uit handen gegeven en geen behoorlijke controle op de daden der regeering uitgeoefend. Het parlement vernam van moeilijkheden met de ons omringende mogendheden in den regel niets voordat zij alle actualiteit verloren hadden en reeds lang waren geëffend. Het liet de regeering geheel haar gang gaan, klaarblijkelijk van oordeel, dat, waar de buitenlandsche aangelegenheden niet of nauwelijks in den stembusstrijd betrokken zouden worden, het niet de moeite waard was om zich daarmede ernstig in te laten. Wel is er eens een motie ingediend met het doel uit de Tweede Kamer een soort van Commissie te vormen, waarmede de regeering over die zaken overleg zou plegen, maar deze werd — trouwens terecht — als onpractisch verworpen. Daarna, vlak vóór de verkiezingen, werd die motie omgezet in een voorstel tot wijziging van het reglement van orde van de Tweede Kamer. Omdat echter de heeren het gewichtiger taak achtten „de kiezers te gaan voorlichten" — gelijk de heer Troelstra het voeren van den stembusstrijd noemde — is dat voorstel alweer van de agenda afgerold: er was geen tijd het te behandelen.

Toch gaat het hier om zaken van ongemeen gewicht. Door de regeering is slechts één doel voor de buitenlandsche politiek aangegeven: het voeren eener politiek van strikte onzijdigheid. Intusschen is tijdens den oorlog het onzijdigheidsbegrip zoozeer van aard veranderd en zooverre buiten zijn aanvankelijke, technisch-volkenrechtelijke beginselen getreden, dat de toepassing ervan is geworden een vraagstuk van buitengewone moeilijkheid. Het gaat er niet om, dat de regeering zich houde binnen bepaalde, gemakkelijk te onderkennen rechtsregelen: die zijn geheel uitgewischt; het geldt thans te zorgen, dat noch door onze algemeene, noch door onze economische politiek één der oorlogvoerende groepen worde bevoor- dan wel benadeeld. De regeering staat dus voortdurend voor beslissingen van arbitrairen aard; zij heeft te passen en te meten, te geven en te nemen. Van een misgreep kan het lot van ons land afhankelijk zijn. Toezicht der volksvertegenwoordiging ware reeds deswege op dit gebied geboden: de hoogste belangen des volks staan op het spel.

Datzelfde kan worden gezegd van de economische onderhandelingen met het buitenland. Onder hoogen druk vinden zij plaats en de kunst is te waken, niet slechts, dat zoo goed mogelijk gezorgd

Sluiten