Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schaffen, opdat zij althans in het vervolg met kennis van zaken zou kunnen oordeelen.

Het ligt niet op onzen weg in de distributie-debatten terug te treden. Zij leverden slechts een uit vele voorbeelden van de machteloosheid eener door partijzucht aangetaste en vervallen volksvertegenwoordiging en Mr. Cort VAN DER LrNDEN heeft den toestand dan cok volkomen juist gekenschetst toen hij uitriep, dat geen der partijen het moreele recht of de moreele kracht had om eene motie van afkeuring tegen de regeering in te brengen dan wel een ministerieele crisis uit te lokken.

De schampere uitspraak van den heer Cort VAN der LINDEN beteekende niet anders dan: al waren de ministers nog onbekwamer dan gij ze vindt, gij, politieke partijen, zoudt te zwak, te lamlendig zijn om ze te kunnen verjagen. Zoo zijn die partijen er in geslaagd het parlementair regiem tot een karikatuur te maken en terwijl zij ingewikkelde mathematische problemen oplossen om te zorgen, dat bij de verkiezingen ook niet van één stem de waarde zou verloren gaan, terwijl zij, tot van de stadhuisstoepen schreeuwden, dat eindelijk het algemeen kiesrecht de volle werking van den geest des volks op 's lands bestuur verzekerde — lieten zij het eenige middel, waardoor de volkswil zich daadwerkelijk uit: de ministerieele verantwoordelijkheid, vermolmen onder den schimmel harer partijzucht. Want het beginsel der ministerieele verantwoordelijkheid moge in de grondwet prijken, het wordt volkomen buiten werking gesteld waar een parlement niet bij machte is de toepassing ervan te eischen: het faalt hier.

Voordat de stembusstrijd in zicht kwam, gold als axioma: geen crisis in oorlogstijd. Zulks ofschoon geen oorlogvoerend volk geschroomd heeft zijn ministeries te vervangen of te hervormen. Thans heet het: geen crisis vóór de verkiezingen, alsof het ooit te vroeg ware om een onbekwame uit een gewichtig ambt te zetten. De beide formules missen reëelen grond, zij zijn uitvluchten van hen, die afstand hebben gedaan van het recht tegenover de kroon het volk te vertegenwoordigen, in de meening, dat zeer vele woorden de plaats kunnen innemen van één daad.

Het is mogelijk, dat het algemeen kiesrecht en de evenredige vertegenwoordiging nieuwe mannen, nieuwe groepen in de Kamer zullen brengen en met dezen een anderen geest. Geschiedt het niet, dan is het moeilijk te verstaan, hoe een half millioen nieuwe kiezers, verdeeld over de bestaande partijen,

Sluiten