Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De schoolstrijd heeft de antithese als politieke scheidslijn in het leven geroepen en zal, naar wij duchten, haar verder bestaan gunnen. Jarenlang voelde en voedde het Liberalisme een sterken tegenzin tegen de bijzondere, speciaal de orthodox-christelijke en .katholieke school, ook toen deze reeds tot aanmerkelijk peil van deugdelijkheid was gestegen. Aan het neutrale onderricht heette het heil des volks verbonden te zijn. In het staatsbelang? Wij willen dat niet betwijfelen, ofschoon geen enkele groep of richting, die zich tegen de neutraliteitsformule kantte, de eenheid van den staat of den regeeringsvorm bedreigde. In het belang van het onderwijs? Zeker, maar zoo men niet zoo langen tijd hardnekkig bij zijn standpunt was gebleven, zou over de deugdelijkheidseischen, aan de bijzondere school te stellen, allicht veel gemakkelijker overeenstemming zijn verkregen dan thans het geval was. Voor 't welzijn van het kind? Men heeft het recht te eischen, dat de kinderen worden opgeleid in de denkbeelden, die den ouders heilig zijn en het is niet gebleken, dat het bijzonder onderwijs de kinderziel schaadt. rsi%*f;

Het Liberalisme zag voorbij, dat de neutrale school den modernen en ontkerkten, krachtens hun levensleer, bevrediging kon schenken, doch den positief christelijken ouders niet bood, wat zij voor hunne kinderen mochten verlangen. Door die kortzichtigheid drong het de kerkelijken van alle richtingen tot elkander: de strijd begon.

Eenmaal in de politiek gebracht, moest hij, terwille van partijformatie en partijversterking, ver over zijn uitgangspunt heen uitgebreid en op alle vraagstukken toepasselijk verklaard worden. Dr. KUYPER heeft zich daarmede belast en ons bezorgd de antithese inzake vrijhandel en protectie, sociale voorziening en sociale verzekering, algemeen- en huismanskiesrecht... op allerlei gebied, waar zij niet thuis behoort en slechts vertroebelend kan werken.

Hoe raken wij ze weer kwijt?

Niet door voortdurend de verschillen van geloof en wijsgeerig stelsel, die in ons, gelijk in elk ander even ontwikkeld, volk leven, tot een onderwerp van debat te maken. In de volksvertegenwoordiging kunnen zij niet beslecht, doch slechts toegespitst worden. Alleen zoo in het schoolvraagstuk aan alle richtingen werkelijk recht wordt gedaan, bestaat er kans, dat langzamerhand de antithese wegslijt en dat onze politici zaken van practischen aard weer met nuchteren blik kunnen bekijken, geleid door den wenscE ze tot oplossing te brengen, in plaats van te zoeken naar gekun-

Sluiten