Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'beslechting van arbeidsgeschillen en ter verlichting van hun toestand (sociale voorziening).

Hij is van oordeel, dat de vraag, welke bedrijven in het algemeen of plaatselijk volksbelang van overheidswege behooren te worden -geëxploiteerd, naar omstandigheden moet worden beantwoord, ■doch dat het een ramp voor het volk zijn zou, indien het streven naar monopoliseering van Staatswege zulk een omvang nam, dat aan het particuliere initiatief niet een ruim veld van vrije werkzaamheid bleef gewaarborgd.

Naar de overtuiging van den Econouiischen Bond heeft de Staat zich voorts zorgvuldig te onthouden van inmengingen, welke het particulier bedrijf in zijn verschillende vormen zouden kunnen heiemmeren en blijk te geven, dat hij het landsbelang beseft, niet alleen van de ontwikkeling van het grootbedrijf, maar ook van een gezonden en welvarenden middenstand in landbouw, handel, nijverheid en visscherij.

De Staat erkenne voorts de kracht, welke voor de ontwikkeling der maatschappelijke organisatie van de verbruiks- en de bedrijfscoöperatie kan uitgaan.

Van de bedrijfsbelemmeringen, distributieregeling en dergelijke crisismaatregelen, welke alleen in en door den oorlogstoestand gerechtvaardigd zijn, kome de Staat zoo spoedig mogelijk terug.

De Economische Bond is er van overtuigd, dat het toekennen van staatswege aan de arbeidende klasse en de met haar maatschappelijk gelijkstaanden van stoffelijke voordeelen, waar geen arbeidsprestatie tegenover staat, de volkskracht niet verhoogt, maar I integendeel den volksgeest verslapt en ondermijnt en dat zulke uitkeeringen in gewone omstandigheden alleen als armenzorg toelaatbaar zijn.

Ten aanzien van de internationale verhoudingen ijvert de Bond voor een democratisch en zooveel mogelijk openbaar bestuur der buitenlandsche betrekkingen, gericht op internationale organisatie en vreedzame samenwerking der Volken, ook ten aanzien van hunne economische belangen. Hij is van oordeel, dat — welke resultaten de oorlog te dezen aanzien ook moge opleveren — Nederland zijn kracht moet blijven zoeken in bevordering van het vrije internationale ruilverkeer, op welk gebied de Staat alleen dan zal ingrijpen, wanneer zulks ten behoeve van waarlijk algemeene nationale belangen volstrekt geboden is.

Ten aanzien van het koloniale vraagstuk is hij van oordeel, dat

Sluiten