Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ook in de Koloniën de zelfstandige kracht der bevolking zooveel mogelijk moet worden tot ontwikkeling gebracht en dat de koloniale politiek er op moet gericht zijn, de Koloniën te doen opgroeien tot zelfstandige rechtsgemeenschappen in den Nederlandschen Staat".

Het program behoeft slechts op enkele punten nadere toelichting. Dat de Bond, die een democratisch karakter in uitgangspunt en doel draagt, den invloed des volks op 's lands bestuur versterken wil, behoeft nauwelijks betoog; hij staat, nu het algemeen kiesrecht voor mannen is verkregen, ook dat voor vrouwen voor, doch ziet daarin niet, gelijk vele anderen, den eindpaal op den weg van de democratiseering onzer staatsinstellingen. De waarde van een kiesstelsel wordt immers bepaald door de maatschappelijke verhoudingen en den aard van het staatsbestel, waarin het is vervat en door het politieke leven, dat het schraagt.

Het individueele kiesrecht zou kwalijk aan zijn doel beantwoorden, indien het niet gepaard ging aan organisatie van gemeenschappelijke belangen, inzichten en krachten in de vrije maatschappij. Eerst daardoor komt de enkele stem tot haar volle bewustheid en krijgt zij ondanks de individualiseering van de kieskaart haar organische beteekenis voor den staat.

Wat de Economische Bond kan verrichten om organisatie in de maatschappij te bevorderen, coöperatie, speciaal in de meer productieve vormen, waarin zij het meeste nut sticht, ingang te doen vinden ook bij hen, die er thans nog vijandig tegenover staan, dikwijls omdat zij zich hebben blind gestaard op een tijdelijk nadeel zonder de groote blijvende voordeden op te merken, — dat zal hij ook in het belang der staatswerkzaamheid met ijver doen.

Dat is niet genoeg. De vrije, weloverwogen uiting van den volkswil moet ook tot haar recht kunnen komen. Hierboven schetsten wij reeds, hoe de tot het uiterste doorgevoerde verdeeldheid der partijen dat belemmert.

Er is echter ook een formeele zijde aan de zaak: Instellingen en praktijken van bestuur, welke een belemmering voor die uiting vormen, moeten worden opgeruimd; met ambtelijke geheimzinnigheid dient te worden gebroken; meer dan tot dusver het geval was, dienen belanghebbenden en belangstellenden bij het tot stand komen van wetten door regeering en parlement te worden gehoord. Een wetsontwerp is niet het eigendom van die beiden; het behoort aan het geheele volk en hoe sneller de groepen, die er bij be-

Sluiten