Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vanzelf. De zelfstandigheid van staat en volk hangt thans ten nauwste samen met onze economische verhouding tot het buitenland en deze zal, wellicht meer dan iets anders, voor de toekomst beslissend zijn. Een volksvertegenwoordiging, die hare roeping verstaat, mag zich — het werd hierboven reeds betoogd — ten deze niet apathisch toonen.

In dat licht bezien krijgt onze handelspolitiek veel grooter beteekenis dan zij dusver ooit heeft bezeten. Zij zal oneindig meer omvatten dan in het dilemma: „vrijhandel of protectie" ligt opgesloten en althans in de eerste jaren na den oorlog voortdurend beslissingen van de regeering eischen over met het buitenland te treffen overeenkomsten, over aangelegenheden van bevrachting enz. Dat „mannen van zaken" dus op hunne plaats zullen zijn in de volksvertegenwoordiging, behoeft niet nader te worden aangetoond. Zij kunnen daar een toezicht oefenen en eene voorlichting verstrekken, die helaas maar al te zeer heeft ontbroken in de afgeloopen parlementaire periode.

Een enkel woord over het standpunt van den Economischen Bond ten aanzien van de algemeene handelspolitiek zal nochtans niet overbodig zijn, omdat men hem al dadelijk na zijn ontstaan over de aan dat vraagstuk gewijde paragraaf van zijn program heeft aangevallen. Wij zijn vrijhandelaren enjvij zullen onze bescheiden krachten ook aanwenden, om de vrijhandelsgedachte, den besten hefboom voor duurzamen vrede, ingang te doen vinden,

Voor eigen handel en industrie is het afzetgebied binnen onze grenzen veel te klein, dan dat protectie hier voordeel zou kunnen opleveren. Wij zijn aangewezen op den invoer van vreemde, den uitvoer van eigen waren; een deel van onze welvaart is te danken aan den vrijen doorvoer van goederen door ons land — beschermingspolitiek ware reeds daarom in strijd met onze gansche economische ontwikkeling. Daarbij komt, dat na den oorlog ons land als middelaar op ruilgebied vermoedelijk zoo gewichtige diensten aan de thans oorlogvoerende groepen zal kunnen bewijzen, dat elke doorvoerbelemmering slechts op schade zou kunnen uitloopen. En onze koloniën zullen wij alleen tot ontwikkeling kunnen brengen en behouden, zoo wij er het beginsel van de open deur ongerept in eere houden.

Is verhooging der grenstarieven met fiscaal oogmerk altijd een buitengewoon gevaarlijke daad, waartoe niet dan uit de hoogste noodzakelijkheid mag worden overgegaan, als middel van wel-

Sluiten