Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vaartsoolitiek zoude zij voor ons land fnuikend zijn. De Economische Bond is daarvan overtuigd.

Toch kan hij zich voorstellen, dat het een enkele maal nood- \ zakelijk zou zijn een bloeiende industrie door beschermende maat- j regelen voor ondergang te behoeden dan wel een tak van nijver- 1 heid, waaraan ons land voor zijn bloei of voor zijn zelfstandigheid dringend behoefte heeft, op bijzondere wijze te beschermen.

Niet in de eerste plaats door middel van het grenstarief. Er \ zijn andere, wellicht minder tweesnijdende wapenen denkbaar en I zoolang die uitkomst beloven, dienen de douane-rechten met rust gelaten te worden. Subsidies, voordeelige contracten met den staat, zelfs kapitaaldeelneming van regeeringszijde komen zonder twijfel eer in aanmerking. Het is echter mogelijk, zoolang het wereldverkeer nog niet de normale bedding heeft betreden, dat ook wijziging van het grenstarief op één of meer punten overwogen zal moeten worden en is dat noodig, dan mag de dogmatische vrijhandelsidee en de politieke cry, die zich altijd met succes daarvan heeft meester gemaakt, de regeering nimmer verhinderen om te doen, wat in het belang des volks moet worden geacht.

Dat hij dat openlijk heeft uitgesproken, hoewel hij in beginsel en in practijk freetrader wenscht te blijven, is een verdienste van den Economischen Bond. Het ware veel rustiger en gemakkelijker het beginsel van vrijhandel in zijn program te stellen, het zou den tegenstanders althans op één voornaam punt het zwijgen hebben opgelegd, maar het was eerlijker en doelmatiger reeds thans te verkondigen — wat de andere partijen helaas maar al te zeer over het hoofd zien — dat de oude leuzen en de oude dogma's in de politieke en economische worsteling, die ons wacht, niet dan een betrekkelijke waarde behouden. .

Die erkenning leidt tot de consequentie, dat de regeering bij I de wet óók ten opzichte van het invoerrecht bevoegdheden moet erlangen, waarop de politieke partijstrijd geen invloed uitoefent. I Reeds eenmaal heeft de Tweede Kamer zich door averechtsche dogmatiek laten verleiden, een voortreffelijken crisismaatregel te verijdelen: het ontwerp tot heffen van uitvoerrechten van den Minister van Financiën, reeds vroeg in den oorlog ingediend, werd in de afdeelingen neergepraat, terwijl nu zelfs de toen meest laatdunkende bestrijders toegeven, dat verheffing van dat ontwerp tot wet een weldaad voor ons volk zou zijn geweest. Zoo iets moet

Sluiten