Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het voornaamste middel daartoe is, vóór alles, de meening voor zich te winnen. In onzen tijd, waarin staatkundige vrijheid, democratie en dergelijke leuzen zulk een sterken invloed op de groote menigte hebben, bereikt men. een staatkundig doel in den regel beter door de openbare meening te winnen dan door de roede te zwaaien. Het is voordeeliger geworden te lokken dan te dwingen. Het is er mede als met den tyran en den vleier. Beiden hebben zij hetzelfde doel: van anderen partij te trekken. Maar de tyran moet zijn schuwe slaven opzoeken, naar den vleier vinden de menschen zelve den weg. Wie gelokt wordt, gevoelt zich zoo vrij als een visch, die op het aas afgaat en geeft vrijwillig dat, waarvan een ander zelfs met dwang geen afstand zou doen. Buitendien sluit het streven om de openbare meening te winnen geweld niet uit. Integendeel. De politieke kunst houdt er rekening mee, dat de meeste menschen, voor een sterken wil zwichten. Wie niets geeft om de verstandelijke motieven voor een handeling, gaat daartoe op een onverzettelijk bevel gewillig over. Ook lafheid is een menschelijke karaktertrek, waarmede de politicus zeker rekening mag houden. Maar geweld moet in behoorlijke vormen gekleed en niet déér aangewend worden, waar het een al te sterken tegenzin en daardoor wederspannigheid zou kunnen wekken. Het mag, vóór alles, niet de politiek van den belligerent zijn de kanalen van toevoer der onzijdigen te versperren. Want dan zou hij zelf den haas in een leeuw veranderen. Maar hij zal den onzijdigen ook niet de vrije beschikking over dien weg laten, hij zal b. v. zijn toestemming als voorwaarde stellen, want op die wijze zal de onzijdige gedwongen zijn voortdurend met die macht rekening te houden. Hij zal er echter tegelijkertijd voor waken, dat de onzijdige niet door zijn afhankelijkheid gedrukt wordt; hij zal hem de gelegenheid geven uit de bestaande verhouding voordeel te trekken. Daardoor wordt een overeenstemming van belangen verzekerd, een belangengemeenschap.

Voorts zal hij werken met suggestieve middelen, hij zal de aandacht van den onzijdige geheel vullen met zijn eischen en zijn belangen, en hij zal een beroep doen op de overtuiging: idealiteit. Kortom, hij zal den onzijdige in zijn geestelijke zoowel als in zijn stoffelijke invloedsfeer trachten te trekken om hem zóóver te brengen, dat hij feitelijk partij kiest te zijnen voordeele.

3°. De drie middelen kunnen niet voor alle kringen op gelijke wijze worden aangewend. De groote menigte wordt het best door suggestie geleid. Op een gebied, dat buiten het persoonlijk belang valt. en waarop men geen neiging heeft een bepaald standpunt in te nemen, daar is men „vrij" voor suggestie. Maar, ten opzichte van de vraag, wie van twee strijdende partijen gelijk of ongelijk heeft, zijn zij „vrij", die geen voordeel van den afloop van den strijd hebben, en die niet door bijzondere banden aan de eene of de andere partij gebonden zijn. •Dat is natuurlijk bij een oorlog het geval bij de meerderheid der burgers van een onzijdigen staat. — De tweede groep wordt geleid door hoop op voordeel, of vrees voor verlies. De minst talrijke door beroep op de idealiteit, ofschoon dit ook bij de eerste twee groepen kan

Sluiten