Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

andere menschen van het leven te berooven, met wie het Engelsche volk niets uit te staan had, ofschoon het te begrijpen geweest zou zijn, dat de Engelsche regeering daaraan gedacht had. Maar zulk lijden is het niet, waarop gezinspeeld wordt. Het is ook niet het verlies aan menschenlevens onder de Engelsche burgers,- dat men van te voren op ettelijke duizenden schatten kon. Ook dat moest de Engelsche regeering zwaar gewogen hebben. Maar het is evenmin dit lijden, waaraan de regeering denkt. Want een onzijdig Engeland zou zoo wel het eene als het andere lijden niet behoeven door te maken. Een oorlogvoerend Engeland daarentegen zou beide soorten van lijden ondervinden. Dit wist de Engelsche regeering, uit wier naam Sir Edward Grey sprak. En toch verklaart Grey, dat Engeland niet meer zou te lijden hebben door aan den oorlog deel te nemen dan door zich onzijdig te houden. De eenig mogelijke verklaring voor die bewering is dus, dat het offer van de levens van Belgische, Duitsche, ja zelfs van Engelsche burgers, door de Engelsche staatsmachten niet geteld werd, toen zij voor het feitstonden om al of niet aan den oorlog deel te nemen. De Engelsche minister van buitenlandsche zaken verklaart later zelf duidelijk, wat voor hem het zwaarst woog: het economisch verlies. „Geen onzijdigheid zal ons het leed en de ellende van den oorlog besparen," zegt hij. „Het verlies, dat een vijandelijk schip onzen handel berokkenen kan, is oneindig klein in vergelijking met het verlies, dat de economische toestand op het vasteland ons moet veroorzaken." (De minister gaf zich, zooals men ziet, niet helder rekenschap van de beteekenis van den duikbootoorlog). Het verlies en het lijden zijn economisch. En daar dit economisch verlies niet grooter zal zijn, zegt Grey, als wij ons buiten den oorlog houden, is er geen reden om menschenlevens te sparen. En deze argumentatie van Sir Edward lokte geen protest van belang in het Engelsche Parlement uit. De Engelsche uitvoerende staatsmacht keurde haar dus goed, en op grond van deze opvattingen van Sir Edward Grey, de Engelsche regeering en het Engelsche Parlement wordt tot den oorlog besloten.

2. Wij willen Sir Edward Grey en de Engelsche regeering geen onrecht aandoen. Wanneer een boer in den herfst vee naar den slager moet brengen, dat hij opgefokt heeft tot het mooi en vet is geworden, dan zal hem dat vermoedelijk wel aan het hart gaan. Maar de gedachte' aan de klinkende munt, die hij er voor in de plaats zal krijgen, zal hem spoedig tot andere gevoelens brengen en zal alle sentimentaliteit verdrijven. In het beslissende oogenblik zal die nauwelijks meer meespreken, — hij kan die geheel vergeten. Hier betreft het nuchtere ernstige overwegingen, het gaat om winst en verlies, — zijn grootst mogelijk economisch voordeel. Wanneer Sir Edward Grey en het Engelsche Parlement beweren, dat Engeland evenveel lijden zal door buiten den oorlog te blijven als door daaraan deel te nemen, dan zijn het de geldelijke verliezen, waaraan zij denken, en de gedachte aan die honderdduizenden menschenlevens o.a. is niet in het brein der Britsche staatsoverheden opgekomen. In elk geval niet zoo sterk, dat het Parlement er veel tijd of woorden aan besteden kon. Volledigheidshalve

2

Sluiten