Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zij vermeld, dat drie leden van de Engelsche regeering, Trevelyan, Burns en Morley het standpunt van Grey—Asquith van dien aard vonden, dat zij uit de regeering traden. — Nog een voorbeeld: Bij het feest in Guildhall in November 1914, eenige maanden na het uitbreken van den oorlog, houdt de President Lord Crewe, volgens de „Morning Post" van 12 November, een redevoering, waarin hij verklaart, dat Engeland geen anderen vrede kan sluiten dan een, die de natie zou kunnen bevredigen na' de groote verliezen 1° aan geld en 2° aan menschenlevens. Uit hetgeen de menschen begeeren, leert men hen kennen. De eisch van geld komt eerst. — Maar menschenlevens kunnen natuurlijk niet teruggegeven worden; daarvoor kan slechts een zekere schadeloosstelling in geld gegeven worden. Natuurlijk weet President Crewe dit ook. De beteekenis van zijn woorden is dus: wij willen oorlog voeren, tot wij schadeloosstelling in geld voor verloren geld en voor verloren menschenlevens kunnen krijgen. Slechts als overwinnaars zullen wij het bedrag der oorlogs-indemniteit kunnen voorschrijven, — maar anders niet. Derhalve willen wij deze menschenlevens opofferen, totdat wij genoeg geld er voor kunnen krijgen, of om in een zakenterm te spreken — wij realiseeren een gedeelte van den goederenvoorraad aan levens voor de zekerstelling of voor de vermeerdering van het oprichtingskapitaal. Het oude Britsche spreekwoord „business is war" is hier, met andere woorden, vei anderd in een nog nuchterder: „War is business." De sentimentaliteit van moreele overwegingen is geheel uitgeschakeld.— Later is telkens door Engelsche staatslieden de eisch gesteld, dat men den oorlog moet doorzetten, totdat men volle schadeloosstelling, oorlogs-indemniteit, kan krijgen. Hetzelfde is van Fransche zijde verkondigd. Van dit standpunt wordt nog iets begrijpelijk: n.1. dat Engeland, dat, naar beweren, den vrede tot het uiterste heeft gewild, desondanks niet de gelegenheid aangrijpt om vrede te sluiten, doch het eene vredesaanbod van Duitschland na het andere afwijst, ja, zijn lakeien het begrip „Duitsche vredesintriges" als een nieuwe Duitsche schandelijkheid in de wereld laat brengen. Ieder, die oorlog voert, sluit vrede, wanneer hij zijn doel heeft bereikt. Als een staat voor zijn bestaan strijdt, sluit hij vrede, zoodra hij reden heeft zich veilig te beschouwen. Strijdt hij voor zijn profijt, voor oorlogsschadeloosstelling of iets dergelijks, dan sluit hij geen vrede, alvorens hij óf zijn tegenstander schadeloosstelling kan afpersen, óf tot den vrede gedwongen wordt.

3°. De leer der ondervinding. De gegeven voorbeelden hebben alleen ten doel de vêrhoudingen op te helderen, waarmede wij hier in het noorden rekening moeten houden. Wanneer de krijgers van wilde volksstammen in den strijd moeten trekken, dansen zij gewoonlijk vooraf een zegedans. Dit is hun eerste voorbereiding en moet hen helpen om de zege te behalen. Men ziet soms moderne naties een vrededans uitvoeren, die op een gemoedstoestand als den bovengenoemden van de wilden schijnt te wijzen. Het is zeer wel mogelijk, dat men eenmaal tot een wereldvrede kan geraken, die gebaseerd is op alom heerschende rechtsbeginselen. Maar voorloopig is er noch het

Sluiten