Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een noch het ander. En wil men gegronde hoop koesteren op zulk een wereldvrede op de basis van een wereldrecht, dan mogen de voorvechters zich niet op genade of ongenade aan hun vijanden overgeven. Hij zal slechts kunnen zijn een resultaat van voorbereidingen.

Wanneer de natiën de oorzaken uit den weg geruimd hebben, die oorlog in het leven roepen en de oorzaken vastgelegd hebben, die den vrede doen voortbestaan ten spijt van botsende belangen, dan zal de vrede komen. Geen dag vroeger. Hij zal ons niet in den schoot komen vallen als een gave des hemels. Hij zal de grootste verovering der wereld zijn, niet een teruggevonden paradijs.

Door met tot gebed in plaats van tot arbeid opgeheven handen neer te zitten, of door naar geld te grijpen, in plaats van de verwikkelingen, die tot den oorlog leiden, te ordenen, of door zijn handelsvloot op oorlogstocht te laten uitgaan, daardoor zal in tijd noch eeuwigheid de wereldvrede tot ons komen. Zooveel zal wel na de opgedane ervaringen in de wereldgeschiedenis zeker zijn.

Wij zien dus uit de boven uiteengezette beginselen van Engeland en Rusland, dat groote mogendheden ons land veroveren zouden, op het oogenblik, dat zij er belang bij zouden hebben of de macht daartoe. Het gaat niet meer om moraal of recht. Evenmin om vriendschap. Evenmin om menschelijkheid. Gelooft iemand, die rekening houdt met de waarheid en de werkelijkheid, gelooft een redelijk denkend mensch, dat een regeering, b.v. de Russische, of de Engelsche, meer zorg voor het leven van Noorsche, Zweedsche, Deensche burgers hebben zal dan voor dat van hun Engelsche of Russische burgers? Of dat zij uit „vriendschap" jegens de kleine staten, zich meer storen zal aan een vreemden staat dan aan de openbare meening in het eigen land en de protesten, die daar geuit worden tegen het lijden, waaraan de burgers blootgesteld zijn? — Is vriendschap in het particuliere leven reeds vluchtig en veranderlijk, in het leven der volken is zij een frase, die geen eerlijk staatsman kan uitspreken zonder te blozen. De waarheid is, dat alle staten met alle andere staten op leven en dood om bezittingen hebben gevochten, zoodra zij slechts dicht genoeg bij elkander konden komen, en zoo zal het blijven, totdat nieuwe krachten het instinct van geweld in toom houden. Een instinct kan men niet uitroeien, men kan slechts de uitingen ervan verzachten of het in nieuwe banen leiden.— Voor ons is de vraag dus: Hoe staan onze doeleinden tot die van andere mogendheden ?

Wij hebben gezien, dat ons eerste doel in de buitenlandsche politiek moet zijn: ons zeiven te bevrijden van het volkenrechtelijk despotisme ter zee. Dat wij daardoor alleen ons hoogste staatkundig ideaal kunnen bereiken, n.1. de vrijheidsgedachte op het gebied, waar zij tot nu toe niet heeft kunnen doordringen : dat is in de verhouding tusschen de volken.

Hoe hebben wij voor ons doel gewerkt? In welke verhouding staat ons doel tot dat van andere mogendheden ? Wat zijn de doeleinden van andere mogendheden in de buitenlandsche staatkunde ? Wie is mèt ons? Wie is tegen ons? Wij willen dit onderzoeken om leeringen te kunnen trekken uit onze ervaringen en uit de wetten der geschiedenis, gedachtig aan het woord: wie niet hooren wil, moet voelen.

Sluiten