Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De noordelijke landen kunnen zich derhalve zeer goed tot taak stellen voor een internationale rechtsorde te werken, die het oorlogsgevaar opheft. Men kan de taak aanvaarden de politieke richting van een staat door rechtsmissionarissen te veranderen. Dat is een onwraakbare gedachte, die alle aandacht waard is, maar zoolang de verandering nog niet tot stand is gekomen, en zoolang veroveringsplannen en oorlogswil de politiek van iederen staat bepalen, moet men, ook in de toekomst, rekening houden met de mogelijkheid van oorlog en zich daarnaar inrichten.

2°. Wij moeten dus voorloopig afzien van het vooruitzicht op een wereldvrede. Zoo hij komt, dan zal hij door het Noorden niet afgewezen worden. Wij moeten het andere risico overwegen: dat de imperialistische staatkunde blijft heerschen. En de vragen voor ons zijn: welke kans is er dan, dat zij zich doet gelden tegenover de noordelijke landen, en welke middelen bezitten wij om er ons in dat geval tegenover te stellen.

Dan komen ons dadelijk onze ervaringen voor den geest van 1825 en 1826, toen Noorwegen een gedeelte van Varanger aan Rusland moest afstaan, en onze positie gedurende een vroegeren oorlogstoestand n.1. den Krimoorlog. Gedurende den oorlog der westelijke mogendheden Frankrijk-Engeland met Rusland koesterden de beide eerstgenoemde de vrees, dat Rusland er belang bij zou hebben zich gedeelten van Noorwegen-Zweden toe te eigenen, welke vrees bleek uit het tractaat, dat zij sloten. Sedert is de verhouding tusschen westelijke en oostelijke mogendheden anders geworden: van vijanden zijn zij vrienden geworden. En daarmede is wat vroeger de eene partij vrees aanjoeg, nu een gezamenlijke wensch geworden.

Wij waren een bolwerk voor vijanden, wij zijn geworden een scheidsmuur tusschen vrienden. En de positie der Scandinavische landen is dientengevolge zoo gewijzigd: de tegenstellingen tusschen de noordelijke staten en Rusland hebben na het verbond van Frankrijk met Rusland in het jaar 1892 een verhoogde beteekenis gekregen; door het verbond van Frankrijk met Engeland in het jaar 1904 zijn zij een gevaar geworden, door het verbond van Engeland met Rusland in het jaar 1906 zijn zij een bedreiging, door hun gemeenschappelijken oorlog van het jaar 1914 is het dreigende gevaar actueel geworden. Door de plannen van Engeland met de Aalandseilanden is het actueele gevaar ernstig geworden. De Engelsche eischen tegenover Zweden, gepaard met de poging de regeering aldaar te doen vallen, spreken duidelijke taal. Voor het geval, dat de centrale mogendheden overwonnen worden, wordt het gevaar kritiek.

Het gaat niet langer om onze positie tot de beide machtsgroepen. Het gaat om hun positie tot ons, om hun politieke doeleinden in verband met de onze; het gaat hierom: of een van hen belangen met ons gemeenschappelijk heeft, of de andere tegenstander van onze belangen is, of de politiek, die de noordelijke staten tot 1892 voerden, moet worden voortgezet, ook nu nog.

Men heeft wel eens in ons land de politieke opvatting kunnen consta-

Sluiten