Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

III.

Verbonden der noordelijke landen i).

1°. Het staatkundig grondbeginsel van het Romeinsche rijk: verdeel en heersch! heeft sedert lang zijn tegenhanger gevonden in de spreuk: eendracht maakt macht. De Vereenigde Staten in Zuid- en Noord-Amerika, Italië, het Duitsche rijk, de Driebond, Engeland, Japan, de Entente, de Balkanbond zijn voorbeelden genoeg. En in de politiek is niets noodzakelijker dan sterk te zijn. Om kracht door allianties te verkrijgen, moeten daarom alle consideraties op zij gezet worden. De beide staten, die zich de dragers van de idee der staatkundige vrijheid noemden, Engeland en Frankrijk, hebben zich aan kunnen sluiten bij Japan en bij Rusland's despotisme. Terwijl Turkije onderworpen was aan de alleenheerschappij van den tiran Abdoel Hamid, en terwijl de zuidelijke staten van Noord-Amerika streden voor het recht der slavernij, zocht het vrije en geciviliseerde Engeland allianties met deze staten om belangen te steunen van nog hoogeren rang dan de beginselen van vrijheid en beschaving. Hun principes waren hierbij geen beletsel.

Frankrijk werd ook in 1898 niet teruggehouden van een verbond met Engeland door duizendjarige vijandschap en door den smaad hem nog geen 6 jaar geleden aangedaan in de Fashoda-zaak. Het stak deemoedig den smaad in den zak.

Er-bestaat eigenlijk slechts één uitzondering bij dit streven naar kracht door allianties. Dat is hier in het noorden, bij de vier kleine staten: Denemarken, Nederland, Noorwegen en Zweden, om ze in alfabetische volgorde te noemen.

2°. In tegenstelling met andere volken, die zich verbonden hebben, is er tusschen deze vier staten een overeenstemming, zooals men die nauwelijks vindt tusschen de deelen van een enkelen grooten staat. Het zelfde ras, het Germaansche, dezelfde godsdienst, nauwverwante talen, ja gedeeltelijk zoo op elkander gelijkend, dat de dialecten van een wereldtaal grootere verschillen vertoonen, dezelfde politieke grondbeginselen, dezelfde trap van beschaving, sterke cultuurhistorische overeenstemmingen, een bijna ideale geografische samenhoorigheid, verwante bedrijfsbelangen, en daarbij gelijkheid van gemoedsgesteldheid. Er zijn geen vier andere gescheiden volken met zoo vele wederzijdsche banden. Maar behalve het genoemde is er nog iets, dat hen samenbindt en sterker dan al het andere: gelijksoortige gevaren, en die eischen aanéénsluiting. Wij zijn door dezelfde groote mogendheden

1) Dit hoofdstak is in hoofdzaak een afdruk van een artikel in „Gads Danske Magasin" 1916.

Sluiten