Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

omgeven en zien in elk daarvan een gevaar voor ons zeiven, zoolang wij gescheiden zijn. Een groote mogendheid kan er op rekenen een intimideerend wapen tegen aanvallen in haar eigen gevaarlijke macht te bezitten. Een kleine staat daarentegen is door zijn zwakheid voor andere staten zelfs een lokaas. En een staat, wiens cultuur lager is dan die der omringende staten is ook van nature beschermd tegen veroveringsplannen van anderen; het heeft zijn moeilijkheden een ongecultiveerd element in te lijven bij een geordenden staat. Maar de vier noordelijke staten zijn op gelijke beschavingshoogte met de hoogst ontwikkelde van de hen omringende staten. Wij lokken dus aan. Men zou door ons te bezitten niets verliezen aan volkswaarde. Ten slotte: voor een onbeschaafd volk zou het geen ramp zijn ingelijfd te worden bij een staat met hoogere beschaving. Het nationaliteitsbeginsel heeft geen absolute geldigheid, vele andere gemeenschappelijke belangen, zooals politiek inzicht, en vooral gemeenschappelijke cultuur kunnen vaster te zamen binden. Maar voor een cultuurvolk is het de grootste kwelling met geweld onder een heerschappij van lagere cultuur te worden gebracht — zooals b.v. het Finsche volk onder de Russische heerschappij. Het ongeluk zou voor de noordelijke staten grooter zijn dan b.v. voor een barbarenstaat, die door een cultuurstaat veroverd werd. Des te meer redenen hadden wij dus het beginsel, dat de buitenlandsche staatkunde van andere volken heeft geleid, ook zelf toe te passen en te beproeven ons door aanéénsluiting te versterken.

3°. Dergelijke allianties zijn, zooals bekend is, ook in den loop der tijden nu en dan gesloten. Ik zie af van de Unie van Kalmar, die voornamelijk berustte op dynastieke belangen. Maar gemeenschappelijke staatsbelangen hebben geleid tot verbonden tusschen Denemarken, Noorwegen en Zweden in de jaren 1679, 1690, 1693, 1756, 1780, 1794, 1800 en hebben samenwerking tusschen hen in het leven geroepen in de jaren 1833, en 1853—1854. Eindelijk hebben wij de overeenkomst der drie rijken van Malmö in 1914. En bij deze noordelijke verbonden sloot Holland zich in het jaar 1759 aan, zonder dat het tot een definitief verdrag leidde; in het jaar 1780 echter kwam er een verdrag in optima forma tot stand. De reden voor deze aaneensluiting was steeds: gevaren voor de belangen der rijken bij oorlogen tusschen andere mogendheden. En de Scandinavische rijken verkregen uit hun verbonden bijna telkens belangrijke voordeden.

4°. Men kan dan ook niet nalaten te vragen — en wel met verwondering — waarom deze verbonden niet langer duurden, geen vasteren vorm kregen, waarom zij nu niet meer bestaan.

Deze vraag is ook door politici binnen en buiten de Scandinavische rijken geopperd. Reeds in de jaren' 1672—73 werkte de DeenschNoorsche gezant Jens Juel, ingevolge een opdracht van de DeenschNoorsche Regeering aan een Scandinavisch verbond, en de_Zweedsche minister Johan Gyldenstjerna was ijverig bezig voor hetzelfde doel. In Hannibal Sehesteds politiek testament en in de politiek van Griffenfeld en van de ministers Bernstorff komt de gedachte aan een

Sluiten