Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te geven van hetgeen de geschiedenis weet te antwoorden op onze vraag. Maar overigens moeten wij handelen zonder aanzien des persoons. Noch diplomatieke kunst noch het eerlijkste berouw kan aan de feiten iets veranderen. En het' is eenvoudig ons recht en onze nationale plicht uit de ervaringen der geschiedenis leering te trekken. Het volk, welks leiders deze noodzakelijkheid niet erkend hebben, is vroeg of laat aan een gewissen ondergang prijsgegeven Ten einde echter niet in de verdenking te komen onvriendelijkheden te willen richten tot een van de thans strijdende partijen, houd ik mij bij de uiteenzetting aan wetenschappelijke werken, die vóór den oorlog verschenen zijn. i) Voor het overige verwijs ik naar feiten van den jongsten tijd.

5°. Toen er in het jaar 1690 een verbond tusschen de Scandinavische landen was gesloten, om hun handel gedurende een Europeeschen oorlog te beschermen, bleek het, dat dit zeer tegen den zin van Engeland was; het zocht het verbond te versnipperen door te weigeren met de regeeringen te Kopenhagen en te Stockholm tegelijk te onderhandelen, en het deed zijn best met elk afzonderlijk te onderhandelen. Daar het verbond, desondanks, in 1691 uitgebreid werd tot een volkomen neutraliteitsverbond, werkte Engeland nog ijveriger om het te verbreken. De Engelsche minister in Stockholm kreeg bevel alle pogingen aan te wenden om Zweden te bewegen zich uit het verbond terug te trekken en aan de Zweedsche regeering verschillende handelsvoordeelen en vergoeding voor de door den handel geleden schade aan te bieden. Het strekt de Zweedsche regeering tot eer, dat zij de verleiding weerstond. Maar Engeland hield niet op; het trachtte op alle manieren de goede verstandhouding tusschen Denemarken en Zweden te verbreken. Het weigerde met DenemarkenNoorwegen te onderhandelen onder verwijzing naar de verplichtingen van deze staten tegenover Zweden, en het trachtte in Zweden den indruk te geven, dat de Deensch-Noorsche regeering alleen zou gestreefd hebben naar eigen voordeel. (Boye bladz. 66—67). Ten laatste loste Engeland (dat door de dynastie met Holland vereenigd was) het Noordsche verbond langs indirecten weg op, doordat het namelijk de eischen der drie staten afzonderlijk inwilligde. — In het jaar 1755 sloten de drie rijken weder een onzijdigheidsverbond met elkander om hun belangen gedurende de blokkade van Frankrijk door Engeland te beschermen. Het kwam spoediger dan men verwacht had tegemoet aan de eischen van Zweden en verzwakte daardoor de belangstelling van dit land in het verbond. Denemarken-Noorwegen zochten nu een nieuwen bondgenoot in Holland, dat ook geneigd was het gewenschte verbond te sluiten. Maar toen voldeed Engeland aan de Hollandsche eischen. Daardoor had Holland geen belang meer bij het verbond, en dit kwam dus niet tot stand. — In het jaar 1778

1) De voornaamste daarvan zijn voor dit hoofdstuk Dr. Jur. Thorvald Boye: „De vaebnede neutralitetsforbund. Et avsnit av folkerettens historie". Gröndahl & Sön 1912, een geschrift, dat juist in dezen tijd van groot belang is. A. C. Drolsum: For Norges sag, Jacob Dybwad, Christiania 1896 en Det norske folk og dets forsvarsvaesen" ibid. 1911. Franz v. Liszt: Das Völkerrecht, Berlin 1913.

Sluiten