Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar Kopenhagen en viel de Deensch-Noorsche oorlogsschepen aan, waarbij een in de krijgsgeschiedenis ongehoord feit plaats had: Lord Nelson dreigde de Deensche krijgsgevangenen te vermoorden, als men voortging zich te verdedigen. Dat was de slag op de reede van Kopenhagen in het jaar 1801. Nu had Engeland echter geleerd. In het jaar 1807 was reeds de mogelijkheid, dat Denemarken-Noorwegen zich met een andere mogendheid zou verbinden om zijn onzijdigheid tegen aanvallen te beschermen, voor Engeland voldoende om Kopenhagen te bombardeeren, ongeveer 3000 vreedzame burgers van Kopenhagen te dooden of te verminken, 530 koppen van de bemanning der DeenschNoorsche vloot en daarna de vloot zelf weg te voeren. „Een der brutaalste overrompelingen, die de wereldgeschiedenis kent" (Drolsum: Det norske folk enz. bladz. 47).

De latere positie van Denemarken in Europa is, gelijk bekend is, het gevolg van deze daad. Zijn militaire positie werd door het verlies van zijn vloot bepaald. De afscheiding van Noorwegen — waarmede het immers alléén door de vloot was verbonden — en zijn onmacht in latere oorlogen zijn het gevolg van diezelfde gebeurtenissen van 1801 en 1807. Een zekere neiging tot fatalistische berusting in vragen van verdediging eveneens. Wat kon het een klein volk baten zich uit te rusten tegen overmachtige vijanden, die zelfs niet dezelfde grenzen van menschelijkheid of van het volkenrecht erkennen als het kleine volk?

Het verbond van 1800 was het laatste, dat deze drie rijken nauw verbond. In de jaren 1833 en 1853 werd eigenlijk slechts overeengekomen, dat zij gelijken koers zouden houden. De verdeeling tusschen hen werd voltooid in 1905 door de afscheiding tusschen Noorwegen en Zweden. Het is genoeg bekend, dat de beweging, die tot deze afscheiding leidde, gesteund werd door een levendige sympathie in Rusland. Gedurende den tegenwoordigen oorlog is nu weder een toenadering beproefd. Bij het Malmöverbond rs, naar het heet, o. a. bepaald, dat, indien een der drie noordelijke rijken in den tegenwoordigen oorlog wordt betrokken, geen der beide andere rijken zich er toe zal laten bewegen daaraan deel te nemen aan de zijde van de tegenpartij. De waarde van dit beginsel is thans ook door Griekenland tegenover andere Balkanstaten erkend. Er is niets van bekend, of Nederland zich bij dè Malmö-overeenkomst heeft aangesloten; officieel is het niet geschied.

6°. De les, die uit deze historische gegevens kan worden getrokken, ligt voor de hand: andere mogendheden hebben beproefd verbonden tusschen de noordelijke staten te verhinderen. Gelukte het, desondanks, ze tot stand te brengen, dan werden zij door den tegenstand of de kuiperijen van vreemde mogendheden verzwakt en kregen een te zwakken vorm. De verbonden werden aangegaan, wanneer er een bepaalde aanleiding voor was, op grond dus van den Europeeschen toestand. Zij verdwenen met de aanleiding. Het verbond van 1679 bleef wel is waar tien jaren lang gelden en werd daarna in eenigszins gewijzigden vorm vernieuwd voor nog vijf jaren. Maar, toen de Zweedsche Regeering in 1704 het nog eens wilde verlengen, wees Frederik IV dit af „uit vrees de zeemogendheden te krenken"

Sluiten