Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

plannen tegen Scandinavië heeft gekoesterd, zal derhalve gemakkelijk allen geruststellen, die hun inzichten omtrent buitenlandsche politiek in hoofdzaak ontleenen aan de nieuwsbladen. Het is daarom noodzakelijk het publiek en Prof. Miljoekof duidelijk te maken, dat hij dwaalt: het Russische gevaar voor Scandinavië bestaat niet slechts in de verbeelding van Zweedsche activisten. Het is niet louter fantasie. Dat gevaar bestaat — het ligt in de plannen der eerste en verantwoordelijke staatslieden van Rusland, het is een schakel in de politiek van Rusland.

Wij zullen niet lang stilstaan bij den vroegeren tijd, maar slechts bij wijze van overzicht eenige data vermelden. In het jaar 1854 gedurende den Krimoorlog, openden de westelijke mogendheden met ZwedenNoorwegen onderhandelingen om maatregelen te nemen tegen Rusland's voorwaartsdringen naar het noordwesten en sloten den 2l*ten November 1855 een verdrag daartoe. Op dit tijdstip was het dus niet slechts een hersenschim van een Zweedschen activist een dergelijk plan bij Rusland te veronderstellen; het was een waarschijnlijkheid, waarmede de eerste politici der wereld rekening hielden. In „For Norges Sag", bladz. 306, zegt A. C. Drolsum het volgende: „Er bestond in 1882 — en het is er misschien nog heden ten dage — in Rusland een zoogenaamd „Archangelsch Comité". Toen was er een man, Baranow genaamd, die in Rusland reisde en voordrachten hield, en er werd in Russische bladen geschreven — en er is censuur in dat land, er komt niet alles zoo maar in de bladen — het werd luid en in het openbaar gezegd, dat men Zuidvaranger wilde hebben, hetzij goed- of kwaadschiks. In het Russische ministerie van oorlog zal prof. Miljoekof kaarten vinden, reeds langen tijd geleden gemaakt, van Tromsö o. a. en plannen voor vestingwerken aldaar, wanneer noordelijk Noorwegen veroverd zou zijn. — Doch, wij zullen overgaan tot den nieuwsten tijd en tot officieele documenten.

Bij de wisseling der eeuw bood de Russische minister van oorlog, Koeropatkin, den Tsaar een memorie aan. Dit stuk gaf een geschiedkundig overzicht van Rusland's buitenlandsche staatkunde in de afgeloopen eeuw en een programma voor de komende. Later heeft de minister van oorlog belangrijke gedeelten van deze memorie opgenomen in zijn in 1906 verschenen „Herinneringen" (4de deel). Het is niet altijd gemakkelijk uit te maken, wat in de Herinneringen als nieuwe stof opgenomen is, en wat reeds in de memorie stond. Men mag zeker wel aannemen, dat de principieele beschouwingen in de,beide geschriften dezelfde zijn, en dat men zich dus aan de memorie als eerste bron kan houden. De minister van oorlog vermeldt hier de oorzaken, die tot de geografische grootheid van Rusland geleid hebben. Onverstoord als een statisticus van sterfgevallen, of als Hamlet's doodgraver, verklaart hij, dat Rusland in de 18e en 19e eeuw twee en twintig veroverings-oorlogen gevoerd heeft gedurende 101, zegge honderd en één jaar, en 4, zegge vier, verdediging s-oorlogen, die 4V2. zegge vier en een half jaar, geduurd hebben. In bijna al deze oorlogen waren zij overwinnaar, en de oorzaak der 'overwin-

Sluiten