Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het is ongeloofelijk, hoe ver het niet-weten van een professor gaan kan. En wij zouden hem niet zoo hard vallen, als wij niet een geheel nieuw bewijs hadden, dat de gedachten, die hij graag zou willen verwijzen naar een paar half krankzinnige hersens in Zweden, in zulk een vorm tot uitdrukking gekomen zijn, dat Professor Miljoekof ze noodzakelijkerwijze moet kennen. Wij zullen niet stilstaan bij feiten als deze: dat niet alleen „Zweedsche activisten," maar ook verschillende buitenlandsche mannen van wetenschap en politici de algemeene opvatting in Zweden aangaande de plannen van Rusland deelen.

Zoo bijv. de Nederlandsche Professor Dr. Verrijn Stuart in „De economische oorlog", waarin wordt uitgesproken, dat Rusland's ongehinderde toegang tot de zee slechts op kosten van Zweden en Noorwegen kan worden bereikt (aangeh. door Knud Barfod in „Danmark og Verdenskrigen" bladz. 35.) Maar in de voornaamste courant van de stad van inwoning van den voortreffelijken politicus, Novaja Wremja" van 4 Mei 1916, behandelt een der eerste publicisten van Rusland, M. Menschikoff, deze vraag: „moeten kleine staten ook voortaan zelfstandig blijven? — En is dit wenschelijk voor de groote mogendheden, die hun buren zijn?" De schrijver komt natuurlijk tot de slotsom, dat het slechts tot nadeel voor de kleine staten en ook niet wenschelijk voor de naburige groote mogendheid is (Veit Valentin: Entente und Neutralitat, Leipzig 1916).

Het is overbodig er op te wijzen, dat de groote mogendheid misschien alleen daarom er voor waakt, dat de kleine staat niet onder zijn zelfstandigheid lijdt, omdat die zelfstandigheid voor de naburige groote mogendheid niet wenschelijk is. Nu zijn echter de eenige naburige kleine staten van Rusland: Noorwegen, Zweden en Roemenië. Menschikoff kan dus niet aan andere kleine staten tian aan deze hebben gedacht. En het zou Prof. Miljoekof moeilijk vallen iemand te bewijzen, dat bedoelde gedachte hem onbekend gebleven is. Gelukt het hem het bewijs te leveren, dan ligt de schuld bij hem. i)

8°. Het is bijna overbodig, naast deze belangrijke Russische uitingen, die den historicus Prof. Miljoekof wel niet onbekend kunnen zijn geweest, nog te herinneren aan een feit, dat den redacteur en het Doemalid Miljoekof evenmin onbekend kan zijn geweest: n.1. dat in den winter van 1914, eenige maanden voor den oorlog, in Finland

1) In vergelijking met deze officieele politieke documenten is natuurlijk van minder beteekenis dat wat N. Th. v. Zancko in zijn boek „Rasputin" (vertaald door Helge Erichsen) op blz. 167 vermeldt: „Deze (politieke Russische kringen) hadden groote plannen met Turk ij e en niet minder met Oostenrijk en de Scandinavische landen, in het bijzonder Noorwegen. Zweden heeft voor Rusland geen andere beteekenis, dan dat het dengene in den weg ligt, die Noorwegen en zijn havens bereiken wil." De recensenten van het boek zijn het er over eens, dat de schrijver zeer goed op de hoogte is van de Russische toestanden. — In dit verband ligt daarentegen voor de hand te herinneren aan de tegen Zweden en Noorwegen gerichte oorlogsplannen van den Russischen militairen attaché in Stockholm, die tot gevolg hadden, dat Scandinavië alleen door het optreden van Keizer Wilhelm voor een oorlog met Rusland bewaard bleef, en dat opzienbarende veranderingen in de familiebetrekkingen der Zweedsch-Russische hoven plaats hadden.

Sluiten