Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

veldmanoeuvres werden gehouden, die van dien aard waren, dat zij in Finland, openlijk en algemeen, opgevat werden als te doelen op een oorlog met Noorwegen-Zweden. Zij moesten waarschijnlijk den veldtocht tegen Scandinavië voorbereiden, die ondernomen zou worden, als Duitschland in den Russischen oorlog, — waarover Prof. Mitrofanoff eenige maanden, voordat die uitbrak schreef, — machteloos geworden was door den aanval van Frankrijk in het westen, van Rusland in het oosten en van Engeland door de Oostzee in België. De wereldoorlog heeft intusschen, gelijk bekend is, een ander verloop genomen dan men hoopte. En op het oogenblik zal Rusland-Engeland er niet op gesteld zijn de dappere Zweedsch-Noorsche legers tegen zich te krijgen. En eveneens zou een Zweedsch-Noorsche inmenging tegen Rusland om handhaving te eischen der verdragen, b.v. betreffende Finland en de Alandseilanden, een onaangename gebeurtenis voor hen zijn, waarvan de beteekenis niet gemakkelijk te overzien is. En de Russische politiek legt daarom verzekeringen af van haar goede bedoeling. Poincaré werd in Juli 1914 met dezelfde opdracht naar Stockholm gezonden. Maar de Oostenrijksche nota van den 23sten Juli 1914 stoorde hem in dit werk. Hij moest onverrichter zake terugkeeren.

9°. De professor is natuurlijk van dit alles zeer goed op de hoogte, ook van de vèrreikende plannen en maatregelen van den Russischen minister van oorlog. Zijn verzekeringen gaan derhalve lijnrecht tegen zijn bedoeling in en vestigen er onwillekeurig juist de aandacht op, dat een Russisch nationalist het thans gedurende den wereldoorlog noodig vindt ten opzichte van de belangen van zijn land voorbehoud in acht te nemen, zelfs door de waarheid geweld aan te doen,—middelen, die de Russische politiek trouwens ook vroeger reeds heeft aangewend.

Zij herinneren ook aan het programma van den minister van oorlog. Koeropatkin in de bovengenoemde memorie. Hij geeft op uitvoerige wijze de gronden aan, die Rusland heeft om „voorloopig" den vrede te bewaren. Hij erkent, dat de centrale mogendheden de gevaarlijkste mededingers van Rusland zijn, wat betreft zijn belangen in Konstantinopel, en de gevaarlijkste tegenstanders van zijn militaire plannen, — dat Rusland's naaste buren in Midden-Europa van het noorden tot het zuiden hinderpalen zijn, die overwonnen moeten worden. Maar om in dezen strijd te overwinnen, moet Rusland geheel anders zijn voorbereid. Daarom moet het vrede hebben, totdat het zijn krijgstoerusting heeft voltooid. Doch slechts zoolang. „Rusland rust zich uit om zijn belangen in Turkije te verdedigen — en tot den strijd op de zeeën en oceanen." — „Ik veroorloof mij het de hoofdtaak van ons ministerie van oorlog voor de twintigste eeuw te noemen, onze gewapende krachten en strijdmiddelen te ontwikkelen voor actie aan de westelijke grens," aldus verklaart hij.

— Het is noodzakelijk, „het heden, in den aanvang der eeuw, levend geslacht de taak niet op te leggen, aanvallend op te treden," zoo eindigt de minister van oorlog. Niet nu — nog niet, in het begin der eeuw, de tijd is nog niet aangebroken voorden „aanval." Die zal komen, maar eerst moet alles voorbereid zijn, zoodat men met

Sluiten