Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

binnen de grenzen der staten en zelfs tusschen de staten van het continent onderling in belangrijke opzichten in toepassing gebracht is. Het heeft op het vasteland gedurende langen tijd de wederzijdsche verhouding der staten onder den naam van „evenwichtsbeginsel" beheerscht, dat tot op zekere hoogte kan worden vergeleken met het beginsel voor een statenbond. De leidende politieke gedachte was hier, dat men elkander wederkeerig als mogendheden met gelijke rechten zou beschouwen en zich er van zou onthouden eenige overmacht, van welken aard ook, uit te oefenen. Daarom konden dan ook de volkenrechtelijke beginselen door overeenkomsten en gewoonten worden opgebouwd. Het stelsel heeft oorlogen niet uitgesloten; zelfs een welgeordende staatsinrichting is immers niet in staat moord onmogelijk te maken. Maar, het heeft de oorlogen tegengewerkt en aan de oorlogen," die gevoerd werden, een minder boosaardig karakter gegeven. Er zou zich op de basis van deze beginselen natuurlijk een internationale rechtsorde met gemeenschappelijke staatsrechtelijke organen kunnen ontwikkelen. In ieder geval is het beginsel van gelijke rechten, dat in de evenwichtsgedachte ligt, van kracht geweest in de afzonderlijke cantons, waaruit ten slotte Zwitserland ontstaan is, en in de rijken, waaruit de Vereenigde Staten van Noord- en Zuid-Amerika en het Duitsche rijk zijn voortgekomen. Volgens de theorie van het recht zou er dus niets tegen- zijn een dergelijke ontwikkeling in Europa te verwachten als in de politieke gelijkheids- en vrijheidsbeginselen, die voor de staten van het continent in hun wederkeerige verhoudingen golden, verder konden worden doorgevoerd volgens de wetten der voorwaarts schrijdende rechtsontwikkeling. Men was op den goeden weg, toen in 1648 op de conferentie van Europeesche staten bij den vrede van Westfalen, de grondslag voor het beginsel van evenwicht gelegd werd. Hier werd de rechtsgelijkheid van alle staten, zonder aanzien van godsdienst of staatsvorm, erkend.

Het beginsel van evenwicht werd in 1713 vastgelegd bij den vrede van Utrecht, en er kwam door het instellen van gezantschappen een vaste band van vereeniging tusschen de staten tot stand. Men ging verder in die richting bij het „gewapend onzijdigheidsverbond" in het noorden (1780—83); het verbond tusschen Pruisen en de Vereenigde Staten van 1785; het Weener congres van 1815; het tractaat van Parijs van 1856; de conventie van Genève van 1864, waarbepaaldwerd.dat gewonden en krijgsgevangenen behandeld zouden worden naar hoogere beginselen dan die van den oorlog, namelijk naar die der menschelijkheid; de Petersburgsche conventie van 1868, waar datzelfde beginsel ook voor het voeren van den oorlog geldend werd verklaard; de Brusselsche conferentie van 1874, waar aan nationaliteits- en humaniteitsbeginselen de voorrang werd toegekend boven belangen, die daar tegen ingaan; door de duo- en later triple-alliantie, die gedurende vele jaren den vrede in Europa in stand hield, en de Haagsche conventies van 1899 en 1907, die van onzen tijd zijn. Ze hadden hun historischen grond in den toestand van vrede, dien het „Verbond der centrale mogendheden" had teweeggebracht. Een nieuwe conferentie zou bij-

Sluiten