Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die zich herhaalde: Den 4denMaart 1917 bepaalde Engeland, datNoorsche schepen zelfs geen verlof kregen steenkolen uit een ander onzijdig land, b.v. uit Amerika, te gaan halen; die moesten uit Engeland gehaald worden. Op deze wijze namelijk moest de Noorsche tonneninhoud en geheel Noorwegen met dwang van Engeland afhankelijk gemaakt worden, waardoor het land voortdurend onder den druk gehouden kon worden, zooals Engeland dienstig vond. Deze afhankelijkheid bleek o. a. hieruit, dat Engeland aan Noorsche schepen „verplichte reizen" voorschreef als voorwaarde tot het geven van bunkerkolen, die het Noorwegen verbood ergens anders te gaan halen en beval in Engeland in te nemen. De Engelsche tonneninhoud is door den duikbootoorlog bedreigd. Zoodra Duitsche U-booten in een vaarwater worden waargenomen, verbiedt Engeland zijn eigen schepen het uitvaren en.... dwingt er onzijdige schepen toe.

Dit verklaart de statistiek over de resultaten van den duikbootoorlog in de eerste helft van Februari, die de Britsche jegeering door Reuter's bureau den 208'™ Februari 1917 openbaar liet maken. Volgens deze statistiek zou het totale verlies 17o van den uit en naar Engeland varenden tonneninhoud hebben bedragen. Gaat men die opgave nauwkeurig na, dan vindt men, dat Noorwegen in dien tijd ongeveer 8 a 9 7„ van zijn schepen op Engeland heeft verloren. En Engeland zelf slechts ongeveer V47o. — De oorzaak daarvan ligt niet in het feit, dat de Engelsche schepen voor een gedeelte bewapend zijn, dit bewijst het volgende voorbeeld: De Noorsche reedersbond deelt in een rondschrijven mede („Morgenbladet" 2 Februari 1917): „Een Noorsche reederij bericht ons het volgende: Een van onze kapiteins schrijft: „Het geschiedt thans nu en dan in Engeland, dat het aan Engelsche schepen en aan schepen der geallieerden verboden wordt uit te varen, omdat Duitsche onderzeebooten in het vaarwater waargenomen zijn. Ik heb van gevallen gehoord, dat een Noorsch schip in uurcharter onder zulke omstandigheden gedreigd werd met inhouding der gages, als het niet naar zee ging. — Ben ik verplicht zee te kiezen, wanneer het aan Engelsche schepen om bovenstaande reden verboden is uit te varen?"

Den 16den Februari 1917 heeft Engeland vervolgens bepaald, dat schepen, die Engeland niet vrijwillig aandoen, beschouwd worden als Duitsche goederen aan boord ie hebben en derhalve als „goeden prijs", d. i. als Engelsch eigendom, verklaard worden, omdat zij hun recht uitoefenen van met de centrale mogendheden handel te drijven en hun plicht als onzijdigen vervullen door dien handel zoowel met de eene als met de andere partij te drijven. Al zulke goederen worden genomen zonder schadeloosstelling.

Door een aldus uitgeoefenden druk heeft Engeland vervolgens (vgl. „Morgenbladet" No. 155, 1917) „Noorsche schepen in de Amerikavaart van verplichte reizen ontheven op voorwaarde, dat een gelijke tonneninhoud voortdurend beschikbaar gesteld wordt voor het steenkolenvervoer tusschen Engeland en Frankrijk." Wat daarmede bedoeld wordt, is moeilijk te begrijpen. Voor Noorsche schepen in de Noorsche vaart

Sluiten