Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met Amerikaansche kolen — moet het koninkrijk Noorwegen, dat volgens § 1 van zijn grondwet een vrij rijk behoort te zijn, er voor zorgen het oorlogvoerende Engeland tonneninhoud te leveren voor zijn gevaarlijk oorlogstransport en kolen naar Frankrijk; Engelsche reederijen hebben hun schepen in grooten getale opgelegd en zich aan het risico onttrokken. Want het risico is te groot. Dit blijkt uit „Fair Play'' van 1917. De Engelsche staat moet de schepen koopen. De Britsche regeering durft haar reeders niet dwingen voor eigen rekening te varen. Wél echter onzijdige Noorsche schepen. — Thans de vrachten. Het is een oude wet voor elk soort van handel, dat de kansen in verhouding tot het risico moeten staan. Een groot risico moet een groote kans opleveren. Dat vereischt echter hooge vrachten voor oorlogsvaart. En dat kwam natuurlijk niet overeen met de Engelsche belangen. Dus heeft de Engelsche regeering maximumvrachten herhaaldelijk zoo laag gesteld, dat de Noorsche vloot daarmede geen genoegen namen ze zich wilde opleggen. Als antwoord op dien wensch weigerde Engeland de schepen kolen voor de thuisvaart, het wilde ze niet uit Engeland uitklaren, 'en de zeelieden niet laten gaan, en het eischte van hen, dat ze eerst opnieuw een vaart zouden ondernemen, voordat zij het verlof voor de thuisreis kregen, of het dwong hen door honger en door arbeidsweigering er toe zich op Engelsche schepen te laten aanmonsteren of naar het front te gaan. Voorts dreigde het de schepen te onteigenen en noemde daarbij prijzen, die vele maatschappijen met ondergang zouden bedreigen. — Dat lag echter volstrekt niet in- de bedoeling. Evenmin als b.v. in den winter van 1917, toen Engeland den invoer van hout verbood, waar het volstrekt niet buiten kan. Het was voor Engeland veel voordeeliger de Noorsche vloot als Noorsche te laten varen met eigen bemanning en als schakel tusschen de entente en de weinige onzijdigen dan de belangrijke kosten te maken voor onteigeningen, juist toen het niet ruim in het geld zat. Het was slechts de bedoeling de reeders en houtfirma's er toe te brengen, hun hooge prijzen te laten varen en hen tot toegeven te dwingen, — volgens de taktiek van een geoefend koopman, die zijn best doet onafhankelijk op te treden en zoo de andere partij voorwaarden op te leggen. Het gelukte ook dezen keer: reeders en houtfirma's gaven toe. De Noorsche vloot vaart ook na den ls4en Februari 1917 voor Engeland. — Daar het gevaar intusschen zoo groot was, weigerden de Engelsche maatschappijen de verzekering op deze Noorsche scheepvaart voor de Engelsche vastgestelde prijzen te sluiten.

De Noorsche koopvaardijvloot moest dus langzamerhand met Noorsche zeelieden in de Engelsche oorlogsvaart te gronde gaan, maar ten koste van ons eigen nationaal vermogen. Ten slotte is er tusschen Engeland en Noorsche belanghebbenden overeengekomen, dat de Noorsche vloot 1 0/o der oorlogsverzekering per maand zou dragen. Het overige zou gedekt worden door Engelsch kapitaal. De Noorsche oorlogsverzekering heeft, volgens de verklaring van president Mowinckel in het Storting den 208ten Juli 1917, tot op dit tijdstip een nadeelig saldo van meer dan 100 millioen. Niet ieder ziet duidelijk in, dat dit

Sluiten