Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eele revolutie, waarmede onze stakers dreigen, is uitgebroken? 3°. Laat de oorlogshonden los! 4°. De heerschappij ter zee behoort alt ij d aan ons; geen andere natie wage het onze opperheerschappij te tarten! 5°. De menschheid is een wild dier, en in den tegenwoordigen tijd is er geen plaats voor tamme dieren. 6°. De strijd met Duitschland is veel gewichtiger dan de oorlog tusschen het blanke en het gele ras zal zijn.

In de „Japan Weekly Chronicle" van 14 December 1916 wordt aangehaald een uiting vanden vroegeren Japanschen minister van buitenlandsche zaken, baron Kato, die gedurende langen tijd Japansche gezant te Londen was: „Toen ik eenige jaren geleden te Londen was, zeide de minister van buitenlandsche zaken Lord Grey in een gesprek tot mij, dat er zeer spoedig een Europeesche oorlog zoo uitbreken wegens de ondragelijke militaire lasten. En, indien hij toch onvermijdelijk was, dan meende Lord Grey, zou het het best zijn, dat hij zoo spoedig mogelijk kwam. (Nordd. Allg. Ztg." No. 79, 1917). Vele zulke voorbeelden zouden wij kunnen noemen. Toen de oorlog kwam, werd dit zoo duidelijk mogelijk gezegd. De „Times", waarvan men zegt, dat zij als het ware het oorlogsbevel heeft gegeven door haar macht over de openbare meening in alle Ententelanden, bevatte in Augustus- 1914 bijna iederen dag een artikel met in reusachtige letters „The war on German tra de".—Onder leiding der regeering wordt een commissie van industrie- en handelsbaronnen uitgezonden naar de overzeesche markten om ze voor Engeland te winnen, en daar worden Duitsche goederen als monsters van Engelsche fabrikaten tentoongesteld, enz. Bij het feest in Guildhall, den 1 lden November 1914, wedijveren de Lords in hun redevoeringen met elkaar in verzekeringen als „Duitschland's handel ter zee heeft thans opgehouden." Den 17den November verklaart Asquith, dat de overzeesche handel van Duitschland en Oostenrijk thans volkomen stilstaat. En Churchill zegt aan hetzelfde Guildhall-banket: '„Het Britsche volk heeft het motto gekozen: zaken als gewoonlijk, terwijl de kaart van Europa gewijzigd wordt". De couranten vertellen, dat dit een trotsch woord is. Ditzelfde werd bij een reeks van gelegenheden door de verantwoordelijke staatslieden verkondigd.

In Maart 1915 verklaart Asquith in het Lagerhuis, dat het de „voornaamste taak" van de Britsche regeering is geweest Duitschland's handel te vernietigen. In de nota aan de onzijdigen van 23 September 1915 verklaart de Britsche regeering, dat zij er zich toe genoodzaakt ziet beslag te leggen op de pakketpost der onzijdige landen — een inbreuk op de Haagsche conventie — want anders, zoo zegt zij, „zou het onmogelijk zijn den handel van den vijand te beperken". Hier wordt dus aangenomen, dat de onzijdigen dit als een geldige reden tot inbreuk op het volkenrecht moeten erkennen. Van dit Engelsche oorlogsdoel gaat men uit als van een algemeen bekend en algemeen erkend gegeven in een vonnis, uitgesproken den 2134™ December 1915, door het Suprème Court of Judicature (het hoogste gerechtshof van appèl,

Sluiten