Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

behalve het Parlement), naar aanleiding van een contract tusschen een Duitsche en een Engelsche maatschappij. Bij het contract was overeengekomen, dat het van kracht.zou blijven, zelfs al zou de een of de andere „force majeure" het voorloopig buiten werking stellen. Hierbij is klaarblijkelijk aan oorlog gedacht. De Engelsche maatschappij diende bij de rechtbank een verzoek in om, ondanks deze overeenkomst, ook na den oorlog van haar verplichting te worden ontheven. De rechters wezen de maatschappij den eisch toe, overwegende: „Indien het contract in stand zou blijven, zou de Duitsche maatschappij na den oorlog haar handel zoo snel mogelijk en in grooten omvang weder kunnen opvatten. Dit echter zou de uitwerking van den oorlog op den handel van een vijandelijk land verzwakken, terwijl het juist het doel van ons land is, dien door den oorlog te vernietigen. Als wij zulk een contract geldig verklaarden, zouden wij handelen tegen het doel van ons land, d. i. de verlamming van den handel des vijands. Britsche rechtbanken zouden dan weer herstellen, wat onze krijgsmacht voor ons volk had vernietigd". De rechters in deze zaak waren Lord „Justice" Svinsen Eady, Lord „Justice" Phillimore en Lord „Justice" Pickford. (Nordd. Allg. Ztg. van 21.1.16).

In overeenstemming met dit standpunt heeft de Engelsche regeering bepaald, dat alle contracten, die met particulieren in het land van den vijand afgesloten waren, ook na het sluiten van den vrede, geheel ongeldig zullen zijn. De aan hen verschuldigde gelden mogen niet worden uitbetaald. Patentrechten worden opgeheven; firma's, wier leden burgerrecht in een land van de centrale mogendheden hebben, moeten ontbonden en geliquideerd worden, wat hetzelfde is als geruïneerd, enz.

>i3°. De eisch van Engeland van economische opperheerschappij heeft zich gedurende den oorlog ook tegenover de onzijdigen zoo duidelijk doen gelden, dat er geen misverstand mogelijk is. Engeland's krasse optreden, dat in de eerste plaats inbreuk op het volkenrecht tegenover de centrale mogendheden beteekent en'ook als strijdmiddel tegen hen moest dienen, had ten doel ook de „handelsmarkten" der onzijdigen in tweeërlei beteekenis te winnen. Door een bepaling van den 18dert April 1916, waarbij verboden werd, dat onzijdige schepen steenkolen van'de centrale mogendheden gebruikten, en van den 4den Maart 1917, waarbij verboden werd steenkolen van Amerika te koopen; voorts door verschillende andere verbodsbepalingen van den winter 1917 over het vervoeren ter zee van goederen der centrale mogendheden, heeft Engeland hen, die gehoorzaamden, economisch afhankelijk van zich gemaakt. Door de afsluiting der Noordzee en den daarmee samengaanden eisch, dat alle handel der onzijdigen door Britsche overheden zou kunnen worden gecontroleerd; door beslaglegging op de onzijdige post; door het afsnijden van telegraafkabels; door censuur op alle telegrammen, door die vast te houden of op te houden naar believen, is nu de geheele handel van Europa in de sfeer van Engelsche handelsbelangen getrokken en wordt door Engeland gecontroleerd en gedirigeerd. Engeland tracht een commercieel despotisme, met zetel te

Sluiten